Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ventie, dat laffelijk volgen van den bekenden sleur, hoe haatte hij, haatte hij het! Hoe onvrij waren die domme menschen, gekneld als zij zaten, in allerlei bedenkingen en overwegingen, o, God! hij zou er in gestikt zijn! hij haatte hen om hun onwaarachtigheid, hun verwringen van de natuurlijkste dingen, hun leelijk zien van wat niet strookte met hun enge opvattingen, hun ieder verachten, die de door hen nauw getrokken grens overschreed... En hij haatte zijn eigen familie, hij haatte hen met een harden, wilden haat, die een gloed naar zijn gezicht deed stijgen, als hij 'bij toeval een dier personen ontmoette. O, en zij haatten hem óók! Zij haatten hem met een haat, waarin in de laatste jaren een beetje vrees begon te komen, een beetje vrees voor hèm, dien zij tegenwerkten en uitstootten, waar hun maar mogelijk was, vrees voor hem, omdat hij iemand begon te worden, met wien rekening te houden was, sinds zijn positie een plotselinge groote verbetering had ondergaan, toen de „Co" der firma gestorven zijnde, het hoofd der firma hem voorstelde in diens plaats te treden. De patroon had hem leeren kennen als een betrouwbaar, nauwgezet iemand, die zelfs toen hij er niet particulier bij betrokken was, de zaken van zijn patroon behartigde, alsof ze de zijnen waren. Onder zijn leiding had de reederij een grootere vlucht genomen; in vergaderingen van reeders was hij het vooral geweest, die gewezen had op het gevaar, dat Botterdam liep als handelsstad, doordat de. schepen grooter werden gebouwd,

Sluiten