Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar zij haar gelukkige kindsheid had doorgebracht, maar waar zij sindsdien zóo geleden had, dat haar huwelijk haar een verlossing scheen.

De tantes wilden het niet gelooven, dat zij verdriet had. Deze beschuldigden haar van ongevoeligheid; zij had nooit gewaardeerd, wat zij bij hen had genoten; zij had dat altijd maar aangenomen als iets heel natuurlijks, als een haar toekomend recht; want nu het er op aankwam haar dankbaarheid te bewijzen, nu weigerde zij dit.

Zij had geweigerd, ja, om afstand van Otto te doen. In lange, droeve dagen en nachten had zij met zichzelve gestreden, totdat zij er half ziek van geworden was. Zij kón haar jong geluk niet opgeven, en zij mocht dat ook immers niet, terwille van Otto. Maar de verwijten der tantes griefden haar zóó diep, dat zij eens in hartstochtelijk snikken was uitgebarsten, en bad geroepen:

— Ja, ik hèb alles aangenomen en ik heb er niet bij gedacht, maar, God, ik was 'n argeloos kind! Wat wilt u nu van mij, dat ik m'n gelnk weg-stoot, om bij u beiden te blijven ? 0, bedenk toch, dat m'n heele toekomst er van afhangt, en 't geluk van m'n hééle leven!

Maar tante Keetje had minachtend met de lippen gesmakt, en gezegd:

— Had dat dan juist 'n officier moeten wezen? Juist iemand hier niet uit Botterdam?

En tante Aagje had er op haar zenuw toon bijgevoegd, dat zij „niet bang had hoeven te zijn om niet te trouwen", maar dat zij dan 'n heel

Sluiten