Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere partij had kunnen doen, aan 'n Rotterdamschen patriciêrszoon.

Cornélie betwijfelde het zeer, of de tantes een huwelijk van haar „met een Rotterdamschen patriciêrszoon" beter zouden hebben opgenomen. Zij sprak niet tegen, zeide zelfs niet, dat het haar volstrekt niet zoo speciaal te doen was geweest om maar te trouwen, zij huilde maar, huilde maar, zij had geen kracht genoeg, om tegen de tantes op te kunnen, en zij voelde het als een eindelijke bescherming en veiligheid, toen haar moeder en Peter kwamen, op het door de tantes toegestane bezoek.

Later pas begreep Cornélie, waarom de tantes zoo minzaam-spoedig op het voorstel eener verzoening waren ingegaan. Zij hadden verwacht in haar moeder en Peter bondgenooten te krijgen, omdat deze Cornélie natuurlijk niet wilden laten riskeeren dat haar het fortuin der tantes ontging-

Het was een tooneel, om nooit te vergeten, dacht Cornélie, toen zij de ongelijksoortige elementen zoo bij elkander zag. De beide tantes, in haar zware zwarte zijde, die er, dacht haar, in de laatste vijftien jaren altijd precies hetzelfde waren uit blijven zien, even deftig en zelf-ingenomen, even overtuigd van het goed recht hunner bekrompen inzichten, even welverzekerd... en aan den anderen kant haar moeder, een knappe oude vrouw, met heldere, verstandige oogen, en Peter, die naar het uiterlijk op zijn bel homme van een vader leek, maar die een bezonkenheid

Sluiten