Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kalmte aangenaam, en zijn hooghartig gezicht boog zich telkens belangstellend naar haar heen. Zjjn een beetje koel cynisme kwetste haar niet die in het leven al te veel had ondervonden, om hyperaesthetisch te zijn. Zij glimlachte zelfs om het licht sarcasme, waarmee hij vroeg, of zij het hiermee niet eens was: 1'amour, c'est le feu; le manage c'est la fumée ... en verwonderde zich over het contrast tusschen de broers: Otto, Oscar, Carel en Alexander '); Alexander, die tusschen de tantes in was gezeten, praatte met hen op gemoedelijke wijze, alsof zij elkaar al jaren hadden gekend; zij vond hem misschien wel den sympathiekste, met zijn goed gezicht en zijn trouwhartige manieren ... Het beviel haar, dat Cornélie in deze familie trouwde, waarin zij zich ongetwijfeld wel thuis voelen zou. En aldoor, terwijl de eene snelle, lichte gedachte na de andere zich in haar hoofd verdrong, voelde zjj als een onderstroom daarvan voortdurend haar immense verbazing, dat zjj hier nu zat, zoo heel gewoon, in dezen kring, waarbuiten zij bijna veertig jaren verbannen had geleefd. De heeren hadden voor haar gebogen, de dames hadden haar liefjes-vluchtig de hand gedrukt; de burgemeester had haar geluk gewenscht, en zij had geantwoord: Ik dank u, burgemeester... zjj zat hier als een der het eerst in aanmerking komende gasten, en zjj dacht: Mjjn God, mijn God, waartoe is dat alles toch noodig geweest: waartoe die strijd, die tegenstand,

*) Zie: Huize ter Aar.

Sluiten