Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog een andere vrouw sloeg Peter met diepe belangstelling gade; het was mevrouw Ruys a Holy, van zichzelve Antje Fyck Dircks, die haar oogen niet afwenden kon van Cornelius' zoon.

Cornelius' zoon, de zoon van den man, dien zij, de trotsche, eigengerechtige, hooghartige Antje eenmaal had... aangebeden. Lief had zij hem gehad, met zulk een hartstochtelijke onstuimigheid, dat zij dikwijls bang voor zichzelve geworden was, en een kouder, hoogmoediger houding aannam dan ooit, om zich niet te verraden. En met den moed der wanhoop had zij zich onmiddellijk met Allert Ruys verloofd, toen haar de geruchten ter oore kwamen, dat Cornelius een verbintenis zou hebben met een jong meisje... de vrouw, die nu daar tegenover haar zat, en die door haar onnavolgbaar statige bevalligheid wel de tafel te domineeren scheen. Was zij gelukkig geweest, de vrouw, die haar Cornelius had ontnomen? had de roekelooze, onstandvastige Cornelius haar gelukkig gemaakt? Hoe het zij... zij was nti gelukkig. Geen onrust was er in die helder-blikkende oogen, geen samentrekking der wenkbrauwen rimpelde het sereene voorhoofd in ontevreden vouwen. O, zij was nu gelukkig. En kon zij dat dan ook niet zijn, zij, met haar sterken, energieken zoon, haar knappen jongen, die, zij had zijn loopbaan met bewondering gevolgd, zich had opgewerkt met stoere wilsvastheid, en alles door zijn eigen kracht had bereikt?

En even, met een fijn minachtend lachje keek zij naar haar eigen zoon, met zijn klein, bleek,

Sluiten