Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onafgewend aan, als je iets zei, dat je eigenlijk bang was om iets te zeggen, uit vrees, dat 't dom of dwaas klinken zou. Maar langzaam-aan ben ik aan hem... gewend; en hij schijnt ook wel aan mij gewend te zijn geraakt. Allert, — ja, hij is eigenlijk nooit 'n lieve broer voor mij geweest, dat weet u wel, is dadelijk begonnen me voor hem te waarschuwen: of ik wel wist, dat Peter „rood" was, of ik wel wist, dat hjj een van de oproermakers is geweest, 'n trawant van De Vletter... nu, ik wist dat natuurlijk niet, maar weet u, wat ik Allert geantwoord heb? Dat ik iemand respecteerde, die de moed van z'n overtuiging bezat.

Haar moeder glimlachte als antwoord.

— Was dat niet gevat? Maar zegt u me nu eens, Mama, of u mij gelijk geeft of Allert? Is Peter 'n „gevaarlijk sujet" voor wie men oppassen moet? Heeft hij slechte opvattingen, verkeerde bedoelingen ?

Haar moeder wist, dat van haar antwoord veel afhing. Want Jenny had een onvoorwaardelijk vertrouwen in haar, en zou in elk geval haar meening deelen. Er was maar weinig noodig, om het door haar zoo gemakkelijk te suggereeren kind voor altijd een opinie over Peter te doen krijgen, die deze zelf nooit in staat zou zijn te veranderen. Maar zij voelde, dat, afgescheiden van het feit, dat hij de zoon van Cornelius was, zij hem om zjjn karakter kon prijzen, en ondanks dat zij wist, hoeveel gewicht er aan haar woorden zou worden gehecht, zeide zjj dus toch:

Sluiten