Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 't Was zoo vreemd, Mama. Telkens had mevrouw élans van vriendelijkheid tegen me, en dan weer was zij opeens terug-getrokken en koel. 't Was of ze me wèl mocht, ja, dat vóelde ik, maar... alsof ze niet wou toegeven aan haar sympathie. Waarom zou dat zijn?

— Misschien, zei haar moeder, omdat de familie zich lange tijd niet heeft bemoeid met mevrouw en haar zoon, en die twee pas heeft ontvangen, nadat Peter 'n goede positie had, en toen nog alleen door de bemiddeling van mevrouw van Maugarny en juffrouw Aagje van Everden.

Maar in zichzelve dacht zij:

— Zou Peter's moeder iets hebben geweten van Cornelius' voorkeur voor mij als jong meisje, hoe hij mjj toen het hof heeft gemaakt? En zou zij daarom haar vriendelijkheid jegens mijn dochter beheerschen?... En deze gedachte was voor haar van een vagen, triesten en toch evenstreelenden weemoed ...

V.

Naast elkander wandelden Peter en Jenny door den grooten tuin. De zomer stond in bloei, en in het schitterende licht kleurden de bloemen glanzen d-satijnig tegen het felle groen van het gras. Maar zij gingen door een laan, wat verder dan het open bloemen-vak achter het huis, die naar den kleinen parkachtigen aanleg leidde, met den goudvisschen-vijver en de kunstmatige rotspartij. Boven hun hoofd sloten zich de zware

Sluiten