Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich, in geval van strijd tusschen innerlijke en uitwendige ervaring,voege naar de historisch-materialistische „wetenschap". Bij gratie van godsdienstig indifferentisme kan de godsdienstige over God en wereld als particulier denken en zeggen, wat hij wil; zijn diepste levensbeginsel zij privaatzaak; de Partij als zoodanig gaat dat niets aan; haar maatschappelijk, politiek leven behoeft er niet door beïnvloed; op grond van uitwendige ervaring verklaart ze als haar levensbeginsel klassebelang1), en dat beginsel acht ze sterk en zuiver genoeg.

Over de „godsdienstloosheid" der S. D. A. P. zijn uitstekende woorden gezegd door Dr. J. R. Slotemaker de Bruine. In de toelichting werd daarheen verwezen. We citeeren er thans nog het volgende uit:

„Iedere partij of kring of groep, die groote dingen wil en niet eerst zijn standpunt bepaalt tegenover den godsdienst, die heeft zich daarmede reeds ongodsdienstig, ja anti-godsdienstig verklaard. Tegenover de vraag van de kracht en den dienst en den wil van God is „neutraliteit" onbestaanbaar.

„Men herhale hier niet, dat meerdere staatspartijen toch hetzelfde doen als de Sociaal-Democratie en men het dus niet alleen aan de laatste mag verwijten. Want deze vergelijking gaat alweder niet op. Afgezien van wat over de gróepeering der staatspolitieke partijen zou te zeggen zijn en wat hier blijft rusten: geen enkele partij vat zulk een breed terrein in het oog, bedoelt zulk een radicale omzetting, wacht van haar werking zulke geestelijke vruchten. De Sociaal-Democratie trekt het staatsleven, het oeconomisch leven en het bedrijfsleven binnen haar terrein; zij heeft één universeel middel, dat overal moet worden toegepast en overal volgens haar zeggen toegepast worden kan; zij ver-

') „Het is ons ten slotte meer te doen om het resultaat dan om het uitgangspunt; de ideeën zijn voor ons hulpmiddel, geen doel; ons groote beginsel is het klassebelang der arbeiders." Mr. P. J. Troelstra, Theorie en Beweging, Amsterdam 1902 blz. 34.

Sluiten