is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide fragmenten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde tot alle menschen: Gij zijt geschapen niet met het aangezicht naar de aarde, maar met het hoofd hemelwaarts gericht? Richten die klokken niet in hare wereldtaal, taal, voor iedereen verstaanbaar, de nitnoodiging tot ieder om aan geestelijke dingen te denken, uitnoodiging waaraan eene onuitroeibare behoefte in de harten van allen beantwoordt?

Maar wil een mensch dien Zondagmorgen met zijne verhevene kalmte en zijne roep- en wekstemmen op zich laten werken; wil zijn oor de orgeltonen van natuur en bedelrais verstaan en genieten — dan moet hij zich daartoe voorbereiden en stemmen, reeds den vorigen, den Zaterdag-avond. Een die meerder was dan een van ons allen, een, wiens woord dringen kon tot in het diepst van de menschelijke ziel, kwam eens in eenen kring, waar zijn woord machteloos bleek. „Van wege hun ongeloof" — zoo lezen wij — „gingen aldaar geene krachten van hem uit." Zoo ook komt de heerlijke Zondag onder de menschen, en heeft een zegen te brengen aan ieder — maar hij kan geene krachten doen, wanneer die mensehen hun gemoed voor hem sluiten en zijne werking verijdelen.

En zijne werking wordt verijdeld door iedereen, die den Zondagmorgen gebruikt om uit te slapen van de festijnen des voorgaanden avonds. Er is een tijd van in-, er is een tijd van ontspanning. Het vermaak heeft zijn rechten. In kunstgenot is geen kwaad.