is toegevoegd aan uw favorieten.

Eene tweede Maria Monk of de verborgenheden van het Zwarte-Nonnenklooster te Montreal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doen vallen, en het dus meer dan tijd werd, dat ik in een klooster een toevluchtsoord tegen de verleiding vond.

Ik begeerde niets liever dan het kloosterleven te leiden, waarvan ik mij zooveel schoons had voorgesteld en waarnaar ik met hart en ziel haakte, te meer daar ik, sedert ik August Stein niet meer op mijn weg ontmoette, eene leegte in mijn hart gevoelde, die mij pijnlijk aandeed en voor welke smart ik binnen de kloostermuren genezing hoopte te vinden.

Mijn plan was mijn verblijf te nemen in het klooster der Congregatie, doch pater Gregoor ried mij aan, mij liever in het Zwarte nonnenklooster te begeven, waar hij biechtvader was, en ik was te zeer aan dien geestelijke gehecht, dan dat ik een oogenblik in beraad stond, of ik al dan niet dezen raad zou opvolgen.

Pater Gregoor maakte de abdis, met welke hij zeer bekend was door de betrekking die hij in het klooster bekleedde, met mijn voornemen bekend en het duurde niet lang, of ik werd aan de abdis voorgesteld.

De abdis was eene vrouw, die den veertigjarigen leeftijd nog niet scheen bereikt te hebben en zag er, ondanks haar somber kloostergewaad, niet onbevallig uit; bij den eersten oogopslag had haar gelaat iets kouds en gebiedends, doch bij eene nadere beschouwing viel het niet moeielijk op te merken, dat de koelheid slechts gedwongen was, evenals haar statige gang en al het afgemetene, dat in alles wat zij deed, doorstraalde.

Zij ontving mij met de meeste vriendelijkheid en kuste mij herhaalde malen op het voorhoofd. Mejuffrouw Ducros vergezelde mij bij ,die gelegenheid en bewees de abdis zooveel eerbied, alsof zij een heilige geweest ware. , <';

Ook ik voelde eene lichte ontroering, toen ik tegenover de abdis stond, want onbewust van hetgeen er in het klooster omging, zag ik in haar de herderin der vrome nonnenschaar, die hier op aarde reeds verzekerd was van de eeuwige zaligheid hiernamaals en hoe vurig verlangde ik die deelachtig te worden door ook tot die kudde te be hooren. De abdis werd algemeen te Montreal geacht en sommigen beschouwden haar zelfs als eene heilige. De abdis juichte mijn besluit toe, beloofde mij hare voorbidding bij de Heilige Maagd, en twee dagen later trad ik het Zwarte-nonnenklooster als novice binnen en achtte mij gelukkig, een bewoonster te zijn van die heilige verblijfplaats, die mij tegen de verleiding beschermde, mij den hemel nabij bracht en mij de zaligheid verzekerde.

Vreemd zal het misschien velen voorkomen, dat ik zoo spoedig als novice werd aangenomen, hetwelk anders niet dan na eenige formaliteiten en het inwinnen van berichten geschiedde; ook mij kwam dit, evenals de andere novicen, zonderling voor, doch thans is de reden