Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fischer (Ber. XXI. 1805) bekwam het eerst Mannose door oxydatie van het Marmiet. Genoemde suikersoort is voor gisting vatbaar en wordt in groote hoeveelheden bereid uit het sap of de gom van den Fraxinus ornus L., uit de zaden van Palmen, Liliaceën, Irideën, Loganiaceën, Rubiaceën en vooral uit de Steennootschaal welke 33 % Mannose levert. Voornoemde zaden bevatten eene met de cellulose (mannan) verwante reservestof, die bij de hydratisatie met zuren (3 a 6 % zuur) het Mannose leveren. In het Manna is het Mannose niet als dusdanig voorhanden, maar wel als Manniet, hetgeen door verdunde zuren in Mannose overgevoerd kan worden.

Het Mannose vergist zoo gemakkelijk als Glucose en reduceert het Fehling'sproefvocht (1 cub. cent. proefvocht = 4,307 milligr. Mannose).

13. Cellulose en de Hemicellulose : formuul = C6HioOs = 162 gewichtsdeelen. Het weefsel, de vezelstof of de celstof bestaat uit twee stoffen, te weten : de eigenlijke Cellulose en de Hemicellulose. Zij zijn van alle Koolhydraten het verbreidste en het sterkste in het plantenrijk vertegenwoordigd. Zij zijn niet voor gisting vatbaar, worden door de moutdiastase niet aangegrepen; verdunde zuren alleen kunnen hen bij kookhitte en hooger in Dextrose omzetten. De Hemicellulose laat zich het gemakkelijkste hydrolyseren. Tot de Hemicellulose behooren bijzonder de reserve-cellulosen, welke in vruchten en planten meestal machtige wandverdikkingen vormen, zooals het Galaktan, het Mannan, enz.

14. Trehalose (Mycose) : formuul = C12H22O11. Deze suikersoort heeft een zeer zoeten smaak, reduceert Fehlingsproefvocht niet en wordt door de gist in 2 d = Glucosegroepen gesplitst en tot Alcohol vergist. Men vindt haar in het Moederkoren, in talrijke Kampernoeliën en in het Manna der Echinops.

15. Sorbose. Deze suikersoort komt in de Lysterbessen voor; zij reduceert het Fehling'sproefvocht niet, en wordt door verdunde zuren in vergistbare suiker omgezet.

16. Arabinöse, Pentose, Xylose : Deze gomachtige Koolhydraten ontstaan door koken met verdunde zuren, uit de gomlichamen, zooals : Pentosaan, Arabaan, Xylaan, enz. die zich in de graansoorten bevinden. De Pentosanen zijn in koud water reeds gedeeltelijk oplosbaar, door de Moutdiastase lossen er maar half zooveel van op als door koken onder hooge drukking bij atwezigheid van zuren, en bij aanwezigheid van zuren lossen er dubbel zooveel op als in voornoemd geval. Zij reduceren de

Sluiten