Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men mag niet uit het oog verliezen, dat de variëteit hierbij ook nog een rol speelt. Zoo zal bijv. een vlokkige bier- of luchtgist altijd minder gistingskracht ontwikkelen als een Weenergist, al hadden ze ook nog een hooger stikstofgehalte als laatstgenoemde.

Uit dit alles ziet men ten overvloede dat het morphologisch zoo eenvoudig gistcelletje, chemisch-physiologisch buitengewoon ingewikkeld is. Ja, het moet gezegd worden, dat dit enkelvoudig wezentje, dat simpel dwergje, niettegenstaande er honderde geleerden, jaar in jaar uit, hunnen kop om breken, nog maar half gekend is en gevolglijk nog maar half geregeerd kan worden. Ach! hoe erg moet het dan wel niet gesteld zijn met de kennis van veel andere dingen, die men niet in de hand krijgt, uit Gods heerlijke schepping.

In gepersten toestand bevat de gist 72 a 76 % water . De vaste of drooge stof bestaat uit:

30-40 % celluloseachtige stoffen 36-62 % stikstofhoudende »

2-7 % vetachtige »

5-10 % asch.

De asch bevat ongeveer :

80 % phosphorzure kali 15 % » magnesia

5 % » kalk

en 1 a 2 % zwavel, alsook wat ijzeroxyd.

Uit de samenstelling der gist laat zich het volgende afleiden betreffende het noodige der gist aan voedingsstoffen : De in de asch bevatte stoffen moeten in het voedingsvocht voorhanden zijn. De cellulose kan uit het suikergehalte van het beslag gevormd worden, eveneens het vet, en bij afwezigheid van suiker ook wel uit de eiwitstoffen van het medium. De stikstofhoudende stoffen der gist kunnen uit de eiwitstoffen ontnomen worden, doch veel beter dienen hiertoe de peptonen en het allerbest de amiden, waaronder het asparagine het best schijnt te zijn. Als stikstofbron kan de gistcel ook ammoniazouten gebruiken.

De gist kan zich maar alleen dan vermeerderen, als de noodige voedingsstoffen voorhanden zijn ; bij afsluiting van vrije zuurstof of van lucht kan zij wel, eenige kweeksels lang, levenskrachtig voortleven, zij ontneemt dan hare zuurstof aan de chemische verbindingen, doch tot een lang leven en vooral tot eene snelle groeikracht is de aanwezigheid van zuurstof of lucht van noode.

Als door de eene of andere wijze eene der voedingsstoffen in het voedingsvocht uitgeput is, houdt de vermeerdering der gist op.

Sluiten