Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene aan zulke stoffen gewend gemaakte gist arbeidt, dan worden de andere gistsoorten, alsook de vreemde organismen, door het antiseptika onderdrukt, terwijl de geacclimatiseerde gist weelderig tiert.

Alcalische stoffen, zooals : koolzure-soda, bijtende-soda, potassche, ammoniak, zeep, enz. verhinderen elke levensuiting der gist, als zij in zulke mate toegevoegd worden dat het medium een weinig meer als duidelijk alcalisch reageert; zelfs in mindere mate toegevoegd, werken zij nog zeer schadelijk, wijl door het wegnemen van het zuurgehalte de levensuitingen der bacteriën gesterkt worden. De gist kan de eigenschap van eene zuurvormster aannemen, zoodat zij, indien het alcaligehalte van het medium niet te sterk was, de alcalische reactie na korten tijd weer doet verdwijnen.

De zouten van barium zijn zeer groote vergiften voor de gist; hetzelve geldt voor de zouten der zware metalen, zooals : koper, lood, zilver en vooral kwikzilver. IJzerzouten werken eerst in veel grootere dosis stremmend op de gisting.

Stremmend — niet op de gisting, maar wel op de gistvermeerdering — werkt eene overbevolking door gistcellen. Bij eene uitzaaiing van 10 kgr. gist per heet. wort, onverschillig van welke concentratie, heeft wel sterke gisting doch geene gistvermeerdering meer plaats. Daaruit volgt dat hoe minder gistcellen men in een medium uitzaait hoe meer nieuwe cellen men bekomt.

Volgens Dr Nageli, heeft eene gewone gistcel een doormeter van o,01 mm., eene oppervlakte van 0,0003 qmm., een volumen van 0,0000006 cmm., en een gewicht van 0,0000000005 §r-

De hoeveelheid warmte die er uit 1 molekuul Dextrose, door de werking der gist gedurende de gisting vrij gemaakt wordt, is volgens Favre en Silbermann = 71 calories.

De Schimmelzwammen.

Schimmelzwammen, of kortweg schimmels, noemt men die soort van draad- en regenschermachtige organismen die men te allen kant op vochtige plaatsen, op muren, mest, afgestorven planten en vruchten, gelees, beslagresten, gist, kaas, enz. aantreft. Aanvankelijk vertoonen zij zich op het substraat als witte vlekjes, die zich snel vergrooten en er langzamerhand wollig of haarachtig uitzien, doordien zij min of meer lange draden in de hoogte zenden. De lengte dezer draden hangt af van de soort van schimmel en van den aard van het voedingsvocht. Naar gelang

Sluiten