Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gerst weekrijp is. Daarna laat men het graan goed afdroppen en brengt het in eene dunne laag op den moutvloer. Na i V» dag begint de gerst te spitsen en na 8 dagen is de bladscheut tot de 3 4 der korrellengte opgeschoten.

Als men het mout nu nog 1 dag in eene gansche dunne laag uitgespreid en luchtig laat liggen, dan wordt het zeer meelachtig.

Men eest bij 63° C. af. De warmtegraad wordt tegen den bodem van den boveneest gemeten. Gedurende het eesten verbrandt men 2 kilogr. zwavel per eest. Voor de goede bovengistige bieren gebruikt men uitsluitelijk Hanna- of chevaliergerst en wel liefst van Oostenrijk-Hongaarschen oorsprong.

De Engelschen mouten hunne gerst bij eene temp. van 13I5° C. gedurende xo a 12 dagen. De hoopen worden van den eersten dag af laag (10 a 12 ccm hoog) gelegd en dikwijls en bij geopende vensters gekeerd. De fijnere gerstsoorten worden verder gedreven (3I* a 4/s lengte) dan de mindere soorten ('/* a 3U lengte).

De zware Imperiaal — en de Poldergerst, voert men hier in België gewoonlijk bij eene temp. van 15-16° C., gedurende 9 a 10 dagen, de fijne chevalier en de landgerst bij eene temp. van 17 a 18° C., gedurende 6 a 7 dagen en de kleine, 6 en 4 rijïge gerst bij 14 a 16° Cels., gedurende loan dagen. Men keert het mout op die wijze dat de bovenste de onderste en* de onderste de bovenste wordt. Het is maar door de gewoonte dat men in het keeren van het mout bedreven wordt. Men neemt het graan zijdelings met de schup op, zoodat men geen hard voorwerp ontmoet, waartegen men het graan verbrijzelen zou. De Duitschers dringen met de schup bijna loodrecht van omhoog naar omlaag in het mout; deze doenwijze is gebrekkig, daar de werkman niet kan vermijden het graan, hetzij met de voeten hetzij met de schoep, tegen den vloer te pletten. Beschadigde korrels schimmelen en verzuren snel.

Op eenige plaatsen verkiest men een verwarzeld mout; hetzelve wordt als volgt bereid : Als het mout in de hoopen goed gespitst is, legt men het 10 cCm dik op den moutvloer bij eene temp. van 14-16° Cels.. Als het goed ineengegroeid is, snijdt men het met een scherp hout in vierkanten en legt deze stukken, na besprenkelen met water, om. Men acht het gewas rijp, als de wortels 3 lh a 4 centim. lang zijn. Voor het drogen of pletten wordt het mout met bijzondere machienen uiteengetrokken.

De kiemkracht van ongezonde of van niet uitgezweete gerst kan men verbeteren door het graan gedurende 12 uren bij circa 350 C. te drogen, alsook door het toevoegen van antiseptikas gedurende het weekproces. Op 100 kgr. gerst, voegt men het

Sluiten