Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben. Nadat het opdrogen geschied is, brengt men het graan in spitshoopen van circa 30 centim. hoogte en laat de temp. niet hooger dan tot 20 a 22° C. stijgen. Nadat de haver 15 a 16 uren bij voornoemde temp. gerust gelegen heeft, keert men haar om, en wederhaalt deze manipulatie twee a drijmaal, tot het pluimpje de lengte van de korrel bereikt heeft.

Havermout heeft de eigenaardigheid van in verfilsten of verwarzelden toestand, zeer goede resultaten te leveren. Daarom laat men hetzelve verwarzelen, wat men juist door de hier aangegeven moutmethode bereikt. Het keeren van verfilst mout geschiedt door afsteken in vierkante stukken en omleggen derzelve.

De Moutbereiding uit Maïs.

Het mouten der maïs is niet zoo moeilijk als van rogge; niettemin vereischt het toch eene bijzondere opmerkzaamheid. Oude maïs weekt even goed als nieuwe, doch kiemt veel slechter en onregelmatiger en bekomt ook veel sneller een zuren en muffen reuk, bijzonder indien men het weekwater niet dikwijls ververscht en er geene chemikaliën aan toevoegt. Platte, zoowel als ronde maïs, is ter moutbereiding geschikt, doch de lichtgekleurde spitst het eerst. In 3 verschillende partijen, elk van 10000 kg., hebben wij eene kiemkracht van 95 a 98 % bestatigd.

De maïs is weekrijp zoohaast zij 41 a 42 % water inhoudt, hetgeen na een wééken van 45 a 60 uren in water van 150 C. het geval zijn zal. Vóór de laatste 6 uren weektijd, laat men het water afloopen en voegt er versch op, hetwelk per liter 2 gr. aluin bevat; of, gedurende de twee laatste uren weektijd, water dat per liter 15 ccm zwaveligzuur van i° Beaumé, ofwel 1 Vjccm40 procents formol bevat. Door deze dosis chemikaliën wordt het graan min of meer gevrijwaard tegen schimmel- en bacteriënwoekering en de kieming geenzins gestoord.

Indien de maïs in den weekbak niet genoegzaam kan gewasschen worden, dan moet dit voor het weeken door een waschmachien geschieden. Men brengt de geweekte maïs in eene 50 centim. hooge schicht, op den inoutvloer eener donkere plaats, schept haar, om het aanklevend water wat op te drogen, gedurende de eerste 12 uren 2 maal om en laat haar dan, door een zeil bedekt, rustig liggen.

Wanneer de granen goed aanvangen te spitsen, hetgeen bij eene temp. van 22 a 26° C. na 30 a 40 uren het geval zijn zal, worden de hoopen, naar gelang der mouterijtemperatuur, in eene hoogte van 25 a 35 centim. gebracht en verder alle 10-12 uren gekeerd.

Sluiten