Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De praktijk der Bierbereiding.

Beoordeeling der niet ter moutbereiding dienende graansoorten. Het graan moet zuiver en gezond zijn, en niet muf noch schimmelig rieken. Wanneer het graan meer dan 15,5 % water bevat, kan het niet goed meer in vorm van meel bewaard worden, het wordt spoedig warm en doorwoekerd met schimmel. Zulke granen, en vooral de maïs, moeten eerst eenige uren op den eest gedroogd worden, zoodat ze niet meer dan 13,5 % water bevatten.

Verder beoordeelt men de graansoorten, volgens het doel waartoe ze moeten dienen, naar de volgende eigenschappen :

Voor de Alcoholfabrikatie : Moeten zooveel mogelijk zetmeel, en. zoo weinig mogelijk proteïnstoffen en gomstoffen bevatten. Zulke granen geven een suikerrijk, dun en niet taai beslag.

De granen met groote en zware korrel, hebben gewoonlijk deze eigenschappen, alsook zulke met een melige inhoud. Meestendeels zijn de volgende soorten de beste : Maïs. — Bigarré en witte van N.-Amerika, Groote Turksche van Batoum en van den Donau; Z.-Afrikaansche en Egyptische.

Tarwe. — Egyptische, Oregon, Walla-Walla, Indische en Nieuw-Zeelandsche.

Rogge. — Kempische, Fransche, Bulgaarsche, Riga en Koningsberg.

I I

De Hop.

Het gebruik van hop, tot de bereiding van bier, is zeer oud. In een handschrift van Isidoor van Sevilla, dagteekenend van 't jaar 700, spreekt deze schijver reeds van de aanwending van hop in de bierbrouwerij, en eene eeuw later was er reeds spraak van hopgaarden.

Voor de Gistfabrikatie : Moeten zooveel mogelijk

proteïnstoffen bevatten.

De kleinkorrelige zijn meestendeels de beste.

Onder de volgende soorten vindt men de beste :

Maïs. — La Plata, Odessa, Cinquintino, Caucasus, Bessarabië, kleine van den Donau, alsook de bigarré van Noord-Amerika.

Tarwe. — Syrië en Rusland.

Rogge. — St-Petersburg, Taganrog, Nicolaiëff, Arkhangel, Azoff en La Plata.

Boekweit. — Libau en Frankrijk.

Voor de Bierfabrikatie : Moeten zooveel mogelijk proteïnarm en zet-

meelrijk zijn.

Mogen niet veel vetstoffen bevatten, aangezien deze de goede oplossing belemmeren en den smaak benadeelen.

Stof en onkruidzaden moeten verwijderd worden. De gerst moet melig zijn en eene fijne pel hebben.

Tarwe moet levendig geel tot roodachtig zijn. Zulke met groote en gedronge korrel is minder geschikt voor de bruinbierfabrikatie als de kleinkorrelige.

Voor de Seel is de groote witte Poldertarwe de

beste.

Sluiten