Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bereiding van Lambik, Maartbier en Faro.

Men bereidt de Lambik, de Faro en het Maartbier gewoonlijk uit het zelfde treksel. De Lambik is het zwaarste bier, het wordt uit het eerste treksel gewonnen ; het Maartbier is het klembier en wordt uit de laatste treksels bereid, en de Faro is het gewoon bier dat uit de vereenigde treksels bereid wordt.

Men stort: 50 °/0 gerstemout en 50 °/0 tarwe.

Men laat gelijke deelen koud- en kokend water in de trek- of werkkuip, tot de loozen bodem daarmeê 4 a 5 cm. bedekt is en schudt er dan 2 a 3 zakken tarwebolsters in, welke als filtreermateriaal dienst moeten verrichten. Men voegt nu het breed gemalen graan toe, laat langs den loozen bodem eerst water van 40, dan van 50 en teri laatste van 90° Cels. toevloeien tot de kuip vol is. Mengt goed dooreen, werpt nog eene laag tarwebolsters op het beslag en drukt daarop de stuikmanden tot op den loozen bodem in de kuip. Al wat in deze spitse manden vloeit, wordt er door koperen potten uitgeschept en in den kookketel (slijmketel) gebracht, waarin men ook het vocht pompt dat zich tusschen de bodems bevindt.

Terwijl men het vuur onder den slijmketel ontsteekt, laat men langs den dubbelen bodem kokend water toevloeien tot de kuip daarmeê gevuld is, harkt een korten tijd, drukt de stuikmanden in de massa, schept er het vocht uit en brengt het bij het vorige in den kookketel. Men kookt, onder gestadig roeren, 20 min. lang.

Nu steekt men de bostel van de wanden der kuip weg, hoopt haar in het midden op, spreidt eene laag tarwebolsters langs de wanden uit, schept de bostel nu naar de wanden toe, maakt in het midden een put en strooit daarin ook van de bolsters; dekt met bostel gelijkmatig toe en laat dan de gekookte wort terug in de trekkuip loopen. Als nu de kuip bijna vol is, steekt men met de vorken lochtjes om, laat de wort opnieuw toeloopen en trekt na '/j a 1 uur klaar af. 1

Gedurende het klaar loopen., trekt men de eventueel in den slijmketel nog overblijvende wort op de werkkuip af, reinigt daarna den slijmketel, pompt het klare filtraat er op, voegt de hop toe en kookt gedurende 5 a 6 uren.

Nadat de wort gekookt is, laat men ze eerst op den hopbak, om ze van de hop en andere zich neerzettende stoffen te scheiden, en brengt ze dan op het koelschip. Als het vocht op 14 a 16, of

Sluiten