Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Versnijbier.

In België is het, in tegenstelling met Duitschland, een bijna algemeen gebruik het bovengistig gerstebier, dat 6 aio dagen na het brouwen reeds uitgeleverd wordt, met circa 10 % oudbier te vermengen. Door deze behandeling bekomt het jonge bier een zeker cachet van belegenheid, het smaakt de meeste lieden beter, is verteerbaarder en aromatischer.

Beter verteerbaar kan het, volgens mij, maar alleen zijn door het meerder zuur dat het door het versnijden met het oude, zure bier verkrijgt, en aromatischer wordt het door de aethers welke in het oude bier bij het lageren uit de alcoholen, door de inwerking der zuren, alsook door werking der wilde gisten ontstaan zijn. Men zou dus het versnijbier kunnen vervangen door een mengsel van azijnzuur, wijnsether, appelsether en perensether.

Sommigen meenen ook, dat door het versnijden van jongbier met oud afgelagerd bier, eerstgenoemd een zeker weerstandsvermogen tegen vreemde micro-organismen verkrijgt, vooral, wanneer het oude bier een ziekteproces, bijv. het proces van het lijperen heeft doorgemaakt. Dat is goed mogelijk, doch indien het oude bier niet gansch klaar is, en er nog levende — al zijn het ook maar zeer verzwakte — krankheidsbacteriën in voorkomen, zoo zullen deze in vele gevallen in het jonge bier welig ter ontwikkeling komen en hetzelve als schenkbier bederven.

De ziektekiemen van het oude, zijn niet verzwakt geworden door hunne eigene produkten, want om zooveel van deze stoffen te kunnen ontwikkelen, is het bier gewoonlijk te zwak ingebrouwen, heeft bijgevolg te weinig grondstoffen, ofwel bevind, zich niet lang genoeg in de voor de betreffende ziektekiem gunstige toestand. Er heeft haar dus het eene of het andere ontbroken, om hare ontwikkeling te kunnen voortzetten. Hoe zou zich deze ziektekiem bij eene lovoudige verdunning harer producten in een versch medium laten belemmeren, als alle andere voorwaarden goed zijn.

De oorzaak van de niet ontwikkeling der ziektekiemen kan gelegen zijn :

1. in den physiologischen toestand der kiejm zelve,

2. in de onderdrukking door de gistcellen,

3. in de verbrandingsproducten van het mout,

4. in een hoog koolzuurgehalte,

5. in het niet genoeg voorhanden zijn der voor hen gunstige stoffen.

Sluiten