Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brouwkuip loopen, daardoor zal de temp. op 60 a 65° Cels. stijgen; laat 1/2 uur staan, neemt ongeveer het 5de deel in vorm van dunbeslag af, kookt dit eenige minuten, laat het dan wederom op de brouwkuip terugloopen, waardoor de temp. op 71 a 730 C. zal stijgen, en laat alles 1 lk uur lang ter versuikering staan.

Trekt de wort zoo klaar mogelijk af, brengt ze direct op. den koelbak en laat ze daar niet onder 510 C. afkoelen, doch koelt ze verder door een buizenkoelapparaat op 20" Cels. af.

De bostel wordt met water van"75° C. uitgewasschen en deze treksels juist als het eerste behandeld, met dit verschil, dat men ze niet op 20 maar wel op 17 a 180 C. afkoelt.

Volgens de infusie : Beslaagt met water van 65° C^laat1/? uur staan, brengt door bijvoegen van heet water de temp. op 62° C., laat weder '/2 uur staan, voegt nu wederom kokend water toe om eene temp. van 71 a 730 C. te verkrijgen, laat 1 uur ter versuikering staan, voegt nogmaals kokend water toe om eene temp. van 76 a 78° C. te bereiken en laat de gansche massa, tot vernietiging aller micro-organismen, '/2 uur bij deze temp. staan.

Om in de kuip overal eene gelijkmatige temp. te verkrijgen, moet dezelve een dubbele wand hebben ofwel met hout omgeven zijn; ook moet zij van een deksel voorzien zijn.

De wort en de bostel worden, zooals hiervoren beschreven is, behandeld.

Van het eerste treksel worden vooraf ongeveer 40 liters genomen en met de gist bij 250 C. aangesteld, en daarna met de rest der op 20° Cels. afgekoelde wort vermengd; na gansch korten tijd geraakt de gansche massa in eene heftige gisting. Wanneer nu de andere treksels op 17 a 180 Cels. afgekoeld zijn, worden ze met het reeds in gisting zijnde eerste treksel vermengd.

Nadat de wort circa 8 a 10 uren in de geilkuip verwijld heeft, wordt ze op kleine vaten of op kuipen afgelaten. In Berlijn ziet men hiertoe uitsluitelijk kuipen, doch in de provincie ook tonnen gebruikt. Haast nadat de gisting volop in gang is, verschijnt er aan de oppervlakte een vuil zwart schuim, « pek » genoemd, dat men er zorgvuldig afneemt.

De gist treedt in groote hoeveelheid aan de oppervlakte en vormt er eene dikke en vaste huid. Dezelve blijft tot het einde der gisting op het bier liggen en wordt er eerst afgeschept wanneer men het bier op vaten gaat overtappen.

De aanstelgist wordt gedurende het naar boven drijven, juist voor het ineenvallen der gistschuim, afgenomen.

Sluiten