Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lagerbieren trekt men op groote vaten en blijven i a 3 maanden in kelders liggen, die des zomers geene hoogere temp. als 150 C. aanwijzen. Helle bieren lagert men in kleinere tonnen (van 1 a 8 hl.) als donkere bieren. Als de nagisting niet sterk meer is, en als er geene gist meer afdrijft, kan men de tonnen toeslagen. Gansch klaar worden deze zware bieren gewoonlijk niet, daarom voegt men eenige dagen voor het aftrekken wat klaarsel op het vat.

Het af te trekken bier heeft in de meeste gevallen nog geen koolzuur in overmaat gebonden, zoodat het niet schuimt, en men is verplicht het met koolzuur te impregneeren, ofwel zoolang op de flesch te laten tot het door eene tweede nagisting koolzuur genoeg bevat. Zulke nagisting gaat dikwijls uiterst traag vooruit; om haar wat aantezetten, voegt men per hl. bier '/» liter eener 40 procents suikeroplossing toe. Als de gisting te sterk is, kan er zich ook nog veel gist vormen en zoodoende gisttroebel bier leveren. Om een en ander te voorkomen, moet men bij het aftrekken zien hoe het bier verder moet behandeld worden om een redelijk schuimend product te bekomen.

De lichte bieren worden meest overal op het lagervat nog van droge hop voorzien; de hiertoe gebruikte hoeveelheden verschillen tusschen 100 a 200 gr. pro hectol. bier.

Met droge hop nagestopte bieren gaan sneller in nagisting over, hetgeen door op de hop zich bevindende wilde gist bewerkt wordt.

De oorspronkelijke sterkte in saccharometersprocenten (Balling) is voor de verschillende Engelsche bieren als volgt :

Stout (Schenkbier) van 11 a 14.

» (Lagerbier) » 14 a 18.

» (Exportbier) » 18 a 28.

Ale (Schenkbier) » 11 a 13.

» (Lagerbier) » 14 a 16 (Bitter Ale van 15). ï (Exportbier) .» 20 a 28.

Ziehier eenige oude en nieuwe stortverhoudingen :

Porters of Stouts : bleek mout '/s amberkleurig mout Vs bruin mout 3/5

A les :

bleek mout 9000 kgr.

gemalen paradijszaad 2,7 » córianderbollekens 1,8 » gips 0,8 »

Sluiten