Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de hoofdgisting aan het afnemen is, treedt de gisting betrekkelijk snel in het stadium der nagisting, de koolzuurontwikkeling houdt bijna gansch op, de krullen vallen te samen en vormen eene schuimlaag. Deze moet er donker en vettig uitzien, met kleine blaasjens doorspekt zijn en eene dikte hebben van ongeveer 3 centimeters. Het onder de huid liggend bier moet er donker als een spiegel uitzien.

Slecht vergiste worten hebben geene samenhangende schuimlaag; zij herinneren aan eene landkaart met veel eilandjens.

Om zich kennis te verschaffen van den toestand van de bijna vergiste wort — namenlijk in betrek op het later uitzicht van het bier, — neemt men reeds in de afnemende hoofdgisting van tijd tot tijd proeven in cylinderglazen. Ziet men dat het bier weinig troebel is en groote gistvlokken in hetzelve zweven die zich dra afzetten en het vocht klaar en glanzend laten, zoo is het bier goed gebroken. Ditzelfde geldt ook voor bier, hetwelk wel in den beginne gansch troebel schijnt, doch nadat het eenigen tijd rustig gestaan heeft, eene gistkezeling te kennen geeft en na nog een paar uren gestaan te hebben klaar wordt.

De hoeveelheid gist welke zich afzet stelt ook een punt daar van aanwijzing tot beoordeeling van het verloop der gisting. Scheidt zich weinig gist af,dan is het bier nog « groen » of weinig gebroken. Vormt zich na meerdere uren in het proefglas maar eene zeer fijn slijmerig, niet korrelig of kezelig uitziende gistlaag en vertoont de bovenstaande vloeistof, naar het licht gehouden, zich nog troebel of vettig, zoo is de hoofdgisting niet goed verloopen.

Voor men tot het overtappen van het bier overgaat, neemt men de schuimlaag door een teemstlepel zuiver weg, tapt het bier zoo rustig mogelijk af en laat het langs de wanden van het vat vloeien of brengt het uiteinde van den darm op den bodem van het te vullen vat.

Om zeker te zijn van niets troebel mede te trekken, blijve men eenige centim. boven het bezinksel en trek het nog blijvende afzonderlijk af (aftrekbier).

De grootte der lagervaten heeft geenen invloed op de qualiteit van het bier. In kleine brouwerijen gebruikt men lagervaten van 50-80 heet. en in groote soms van 300 heet..

Ik persoonlijk geef de kleine lagervaten den voorkeur, het bier is er vooreerst gemakkelijker koud in te houden, en ten tweede het klaart zich sneller.

De voortzetting der gisting maakt zich haast in de gevulde

Sluiten