Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men trekt het eerste treksel, nadat het beslag i uur bij 48 a 54» C. gestaan heeft; voegt water toe om eene temp. van 70° C. te krijgen en laat 1 '/« uur versuikeren. Men wascht met water van 80 a 85° C. uit.

Als het eerste en tweede treksel op den ketel is, brengt men de temp. op 70 a 750 C., om de versuikering aldaar voort te zetten. Als al de wort vereenigd is, voegt men 1 kgr. °/0 Aalster hop en 20 a 40 liters goed gewasschen gist toe en kookt gedurende 1 uur.

Des zomers koelt men de wort op 230 en des winters op 26° C. af, voegt de noodige hoeveelheid gist in de geilkuip toe en trekt op stukken van minstens 600 liters af.

Het aftrekken op groote stukken is wegens het goed uitwerpen der gist noodig. Witbier, dat zijne gist niet uitgeworpen heeft, gist te zeer op de flesschen en verzuurt veel sneller.

Nadat het bier gedreven heeft, laat men de gist goed afzetten, trekt op afleveringsvaten en voegt de verzoetingsmiddelen toe.

Men kan ook havermout en zelfs maïs tot de witbier-fabricatie gebruiken. Hoofdzaak is en blijft van het eerste treksel onder 550 C. te nemen en dan de rest wel te versuikeren bij 67 a 70° Celsius.

b) Leuvensche bereidingswijze van het Witbier. Het stort bestaat gewoonlijk uit : 40 a 50 % inlandsche tarwe

45 ^ 55 % gerste luchtmout 5 % ongemoute haver.

Er komen ook verhoudingen voor met 5 u/° boekweit; 10 °/0 haver ; 70 % tarwe alsook met licht afgeëest gerstemout. Het stort wordt in 2 deelen verdeeld : het eene deel bevat de 3/s en het andere de rest er van. Het eerste komt in de beslagkuip en het andere in den meelketel. Het deel dat voor de beslagkuip bestemd is, is samengesteld uit circa 10 % ongemoute en go °/0 gemoute granen en het andere deel, dat voor den meelketel bestemd is, is samengesteld uit circa go °/0 ongemoute en xo °/0 gemoute granen.

Op 100 kgr. gestort graan, gebruikt men 800 gr. Aalster hop en 2 liters zeer dunne gist (350 gr. deegvormige gist per liter.) Van 100 kgr. gestort graan trok men voorheen 400-435 lit. bier, doch nu trekt men zeker wel een honderdtal liters meer.

Sommige Leuvensche bierbrouwers houden nog vast aan een 3-4 honderdjarige brouwmethode; dezelve bevat, zooals men wel begrijpen kan, zooveel onnoodig doens, dat ik er van afzie dezelve hier te beschrijven. Zelfs het verbeterd oud procédée, dat hier volgt, is volgens mij nog veel te veel ingewikkeld. Ziehier deze verbeterde oude methode :

Sluiten