Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorheen gebruikte men ook kalfs-, koe- of ossenpooten en soms ook wel kalk voor het klaren in den ketel. Men gebruikte zoowel versche als in kalk bewaarde pooten ; in den zomer nam men 70 gr. en in den winter 60 gr. pooten per heet. wort. Van kalk gebruikte men 60 gr. per heet.

Looizuurextract word soms ook tot het klaren op den ketel gebruikt : men neemt ervan 10 gr. per heet. en voegt het 1 uur voor het eindigen van het koken toe.

Het klaren op den ketel is maar alleen aan te raden in gevallen wanneer de wort moeilijk breekt. Het maakt de wort arm aan proteĆÆnstoffen en verslapt bijgevolg de gist. Men verkiest tegenwoordig te klaren op het vat. Er bestaan daartoe twee doenwijzen, te weten : het klaren naar boven en het klaren naar onder. Het laatste is het meest toegepaste. Tot het klaren naar boven maakt men gebruik van rogvellen, soms ook van vlotenvellen, doch deze zijn van minder qualiteit. Dezelve moeten goed gedroogd, zuiver en gezond zijn. Men knipt ze in dunne reepels, wascht ze goed af en zet ze gedurende 12 uren in koud water te weeken. Na dit water afgegoten te hebben, giet men er ander op waarin 50 gr. wijnzuur per 100 gr. droge vellen opgelost zijn. Het water mag maar 1 a 2 cm. boven de vellen komen te staan en naarmate deze opzwellen voegt men water bij. Om de lijm goed te bereiden, heeft men circa 3 lit. water per 100 gr. vellen vandoen. De weekduur is gemiddeld 48 uren en hangt veel van de temp. en de hoeveelheid gebruikt zuur af. Hooge temp. is zooveel mogelijk te vermijden, om geen bederf in de lijm te brengen, want dan verliest zij hare lijvigheid evenals bij gebruik van te veel zuur.

Toevoegen van benzoƫzuur of van zwaveligzuur calcium, is aan te bevelen als men voor bederf vreest. Het is altijd beter de oplossing niet te ver te drijven, doch men moet ook acht geven de lijm niet te dik te gebruiken, anders zal zij te zware of te vaste vlokken vormen, welke in plaats van naar omhoog te stijgen naar den bodem zullen zinken, waar zij snel tot bederf overgaan.

Nadat de lijm gereed is, drukt men haar voorzichtig door eene zift, lengt haar met 1 lit. bier uit elke te klaren ton aan, beslaat alles goed, verdeelt het gelijkmatig op de tonnen en roert het met eene lat waaraan een rijzen bezemtje gebonden is, wel dooreen. Na eene tijdruimte van 1 uur zal men reeds bruinachtige vlokken in het bomgat zien verschijnen, waar zij zich al langsom meer zullen ophoopen, zoodat ze na eenigen tijd over hetzelve wegdrijven. De vaten moetenjuist met het bomgat naar omhoog liggen en goed vol gehouden worden. Van tijd tot tijd schept men de

Sluiten