Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baten. De eerste vereischte : mogelijk vele en breedeopeni ngen ; vindt eene zekere begrenzing in de vastheid van het materiaal. Men kan bij ijzer en koper wegens de door de bostel veroorzaakte doorbuigingen niet al te ver gaan. Bronsblek van 5 mm. dikte laat toe van 100,000 gaatjens per □ m. te persen. Gewoonlijk vergenoegt men zich met 60,000 a 80,000 gaatjens per □ meter. De eigenlijke filtreeropening bezit dikwijls een doormeter van 1 mm., de daaronder liggende uitboring is in haar profiel verschillend, ofwel zuiver conisch of zuiver cylindrisch, met kegelvormige verwijding naar onder. De filtreervlakte per □ m. kan bij geslipte openingen veel grooter zijn dan bij ronde.

De geslipte trekvlakten verstoppen ook niet zoo gauw als de ronde. De afstand der geslipte openingen, van elkaar, moet met het oog op de sterkte der plaat wel eene grootere zijn aan de afstand der ronde, doch zij is in elk geval nog klein genoeg om de toevoer der wort op gelijkmatige wijze mogelijk te maken. De bodem der filtreerkuip is met afvoerbuizen van circa 35 mm. doorsnêe voorzien; deze buizen zijn op afstanden van ongeveer 70 cm. aangebracht, zij zijn elk van eene kraan voorzien en monden in een trogvormigen bak uit. Dat het nu wel juist noodig is deze buizen op een niet grootere afstand als 70 cm. aan te brengen, geloof ik niet, ook heb ik kuipen gezien waar ze veel verder van elkaar lagen en waar er meerdere buizen aan elkaar verbonden waren, zoodat er niet zooveel van die dure kranen noodig waren, en waar de filtratie niettemin heel goed verliep.

Aan het juist horizontaal liggen der afvoerbuizen is een goed deel der regelmatige filtratie gelegen.

Men opent de kranen in den beginne eenige oogenblikken geheel om den onderdeeg weg te spoelen, sluit ze weder, om ze dan langzamerhand te openen tot de wort klaar afloopt en pompt het troebele vocht terug op de kuip. Loopt er ondertusschen nog eene kraan troebel, zoo draait men ze wat meer toe. Door te wijd openen der kranen, wordt de filtreerlaag, dat is de onderste laag, door zuiging te zeer vastgedrukt. Tegen het einde van elke filtratie moet men het filtraat dikwijls nazien en de kranen sluiten zoohaast het begint troebel te worden.

Tusschen den vasten- en den dubbelen bodem moet de ruimte altijd met wort gevuld blijven, want anders geraakt er lucht onder, hetgeen den goeden gang der filtratie zeer zou belemmeren.

De afwassching geschiedt ófwel periodiek ófwel onafgebroken. In kuipen met ophakmachien geschiedt het periodiek, in kuipen

Sluiten