Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vat en de leidingsbuis in eene door ijs afgekoelde kelderafdeeling te leggen en niet, zooals velen doen van, het bier door eene in ijsliggende slang af te tappen. In het laatste geval is het bier van te ongelijkmatige temp., het eene glas zal veel te koud en het andere niet koud genoeg zijn. Het dikwijls reinigen der pompbuis is van groot belang voor de klaarte en smakelijkheid van het bier. In eene vuile, aangeladen pompbuis kan het bier in eenige minuten slecht worden. Het reinigen met eene heete oplossing van natron of met kogelborstels is veel zekerder dan met stoom.

Voor de smakelijkheid van het bier is het niet hetzelfde uit welk vaatwerk men het drinkt; het donkere bier, zooals M√ľnchener, smaakt ontegensprekelijk beter uit een grauwgrijzen steenenkruik dan uit een gewoon glas, en het helle bier, zooals Pilsener smaakt het best uit een fijn glazen beker. De steenen kruik brengt, bij het drinken, op de lippen een aangenaam gevoel teweeg, hij houdt het bier koeler en beschut het tegen licht. De bierbedervende eigenschap van het licht is met zekerheid vastgesteld, doch waarin deze bestaat, welke veranderingen daarbij in het bier plaats grijpen, is nog niet geweten.

De glazen en kruiken moeten dikwijls met heet water, of nog beter met eene heete oplossing van soda gewasschen worden, om de vettige stoffen te verwijderen, want zoo het glas een weinig vetachtig is, dan zal het bier daarin niet schuimen.

Eene afkeurenswaardige doenwijze van vele herbergiers is van in het mondstuk van den tapapparaat een veel doorboord plaatje te steken, om het bier te doen schuimen. Het koolzuur, dat zoo noodig is in het bier, wordt dus op brutale wijze losgemaakt, men streelt hier het oog op kosten van den smaak.

Zeer aan te bevelen is het aftappen door een gesloten en gansch gevuld filter. In Duitschland (Crefeld) tapt men in alle goede koffiehuizen het bovengistig bier door een filter af.

Het aftrekken op Flesschen.

Het gerstebier dat bestemd is om in flesschen afgetrokken te worden, moet een hoogen vergistingsgraad bereikt hebben en volkomen klaar zijn. Als de vergisting niet ver genoeg gevorderd was, zou er zich nog te veel koolzuur ontwikkelen en het daarbij gevormd bezinksel zou, als men de flesch opent, naar omhoog gedreven worden en het bier troebelen. In dit opjagen van het bezinksel bestaat er nogtans een groot verschil tusschen de verschillende bieren ; in sommige flesschenbieren ligt het bezink-

Sluiten