Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed sluitbare houten kuip, die om het best in eene matig warme kamer geplaatst is, om haar tegen al te groote afkoeling te beschutten. Op iooo kgr. maïs gebruikt men 1075 liters water dat vooraf op 80 a 85° C. verwarmd is, en 70 a 80 liters zwaveligzuur van i° Beaumé (= 1,007 spec. gewicht). Ter goede menging wegens,verwarmt men de noodige hoeveelheid water afzonderlijk in eenen bak en plaatst daarnevens een met lood belegden bak van dezelfde hoogte, doch in verhouding veel smaller, zoodat de noodige hoeveelheid i° gradig zwaveligzuur in dezen laatsten gebracht, gelijk van hoogte staat met het warme water in den anderen bak. Men regelt het aflcopen naar de kuip met maïs alzoo, dat de beide bakken te gelijk leeg zijn. De temp. van het een weinig over het graan staande water moet tusschen 60 a 65° C. liggen, waarbij het weeken dan 14 uren vordert. Het is ook wel mogelijk de maïs in koud zwaveligzuurhoudend water te weeken, doch dan vraagt de weekduur 60 uren. Na het weekproces wordt het graan tweemaal met koud water nagespoeld en dan op den vuureest gedroogd. De geweekte maïs bezat circa 44 °/0 water en geeft na gedroogd te zijn een verlies van 4 % op droge stof berekend. Ongeweekte maïs geeft na het drogen een waar gewichtsverlies van 1 a 1 l/i %.

De rijst kan niet direct in zwaveligzuur geweekt worden; men behandelt haar eerst bij 50° C. met natronloog van i° Beaumé. Na 6 a 8 uren in dat vocht vertoefd te hebben, wascht men haar goed uit, weekt haar ter neutralisatie 2 uren lang in water dat o,2 % vitriool bevat, laat dit afloopen en behandelt haar nu met zwaveligzuurhoudend water dat 160 liters SOs van i° Beaumé per 1090 liters bevat. Na 8 uren bij 65° C. behandeld te zijn geweest, wascht men de rijst met zuiver water uit en droogt haar.

Men kan het zwaveligzuur gemakkelijk zelf bereiden, indien men gewone vitriool over houtskool distilleert. Men moet het zoo rein mogelijk zoeken te bereiden zoodat het bijna vrij van zwavelzuur is, anders bekomt men niet het gewenschte effect bij het weeken der maïs. 100 gr. der geweekte en gedroogde maïs of rijst mogen volstrekt niet meer dan 3,4 ccm normale natronloog ter hunner verzadiging gebruiken.

De op voorzegde wijze behandelde maïs of rijst is zeer broos en lost bij kookhitte gemakkelijk op, zonder eene merkelijke taaiheid te vertoonen. De versuikering en de vergisting is eene veel betere dan bij niet door zwaveligzuur behandelde maïs, er; wel om rede dat het beslag bij gelijk gehalte aan gistingsvaardige stoffen een veel dunner is ; tevens is het door deze methode mogelijk van de allerzwaarste mengsels daar te stellen.

Sluiten