Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot ze brokkelig geworden is. In zulken toestand kan men ze verder in alle droogtoestellen gemakkelijk in luchtdrooge waar overvoeren.

Heinrich Hencke, een duitsch technoloog, heeft eene zeer praktische uitvinding gedaan om, op gansch rationeele wijze, eene drooge spoeling daar te stellen. Door zijn zinrijken stoomdroogapparaat is het mogelijk de spoeling met haar geheel vloeistofgehalte door verdamping op snelle wijze te drogen.

Bij dees systeem vindt er ook. even als bij de meeste andere, eene voor- en nadroging plaats. Vooreerst wordt de spoeling, zooals zij van het distilleertoestel komt, in bakken met roerwerk door krijt geneutraliseerd (ongeveer 80 kg. voor 16000 liters) om den schadelijken invloed die het zuur op het ijzer uitoefent te. keer te gaan. Uit deze bakken komt de spoeling in het door directen damp verhitte verdampingsapparaat, en wordt daarin tot eene zekere dikte ingedikt (bij het verlaten van dees toestel bevat de spoeling nog rond de 81 % water) en komt dan in het verdikkingstoestel, dat een draaiend door damp verhit roerwerk bezit. De hierdoor in gestadige beweging gehouden spoeling wordt zoo in korten tijd tot een siroopdikke massa van rond de 72 % water ingedikt, en komt als zulke in dunne schichten op het nadroginsappararaat, om in eene luchtdroge pulvervormige massa veranderd te worden.

Dit nadrogingsapparaat bestaat uit een met stoom verhit wellenpaar, die tegen elkaar opdraaien. De spoeling wordt hiervan door afstrijkers losgemaakt (zij bevat dan nog rond 31 % water) en valt vandaar in eene droogmulde, welke dubbelwandig en eveneens met stoom verhit wordt. Wenders bevorderen daarin het uitdrogen der spoeling en stuwen haar het tegenovergestelde einde der droogmulde toe, waar zij in zifttoestellen komt en van daar in opgehangen zakken als luchtdroge verkoopswaar opgevangen wordt.

Om de geperste spoeling en de draf der brouwerij in luchtdroge voedingstof te veranderen, heeft men de voordrogingstoestellen niet noodig, wijl de stoffen maar 70 a 76 % water bevatten. Men brengt deze dus direct in verdeelkasten, boven het wellenpaar aangebracht,waaruit zij op deze laatste vallen en verder, even als hiervoren beschreven, tot luchtdroog of zelfs nog veel droger poeder veranderd worden.

Men zorge bij den bouw zulker drooginrichting voor een goede luchttrek boven het wellenpaar en de droogmulden, want een goede luchttrek bevordert het uitdrogen ongemeen.

Sluiten