Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dampen en het verarmen van het achterblijvende vocht, verhoogt zich het kookpunt. Eindelijk gaat bij immer hooger stijgend kookpunt de laatste rest alcohol over, vooraleer al het water van het oorspronkelijk mengsel in damp omgezet is. Dat wat in den ketel achterblijft is de spoeling.

Indien men nu de ontwikkelde dampen door afkoeling tot verdichting brengt, zoo bekomt men een distillaat, waarvan het alcoholgehalte veel hooger is dan dit van het oorspronkelijk mengsel. Indien men met dees distillaat het proces wederhaalt, zoo bekomt men altijd alcoholrijkere distillatieproducten, tot men eindelijk bij het maximum der in de praktijk, zonder chemische middelen bereikbare alcoholsterkte van 95 a 97 volumenproc. aangeland is.

In vroegeren tijd (en tegenwoordig op enkele plaatsen nog, vooral wanneer men qualiteitsbrandewijnen bereiden wil) stookte men het beslag in zeer eenvoudige toestellen af. Zoo een toestel bestond uit kookketel met eenvoudigen helm, koelslang en ontvanger en werd helmketel of alambik genoemd.

Het gewonnen distillaat moest voor brandewijn minstens nog eenmaal, en voor spiritus minstens nog 4 maal opnieuw gedistilleerd worden vooraleer de noodige sterkte bereikt was.

Langzamerhand is er in het vak der distillatie, door de uitvinding van toestellen voor continueerlijke (onafgebroken) distillatie en van rectificatoren en deflegmatoren groote verbetering gekomen, zoowel voor wat de snelheid en de goedkoopheid der bereiding, als voor wat de zuiverheid van het produkt betreft. Door genoemde toestellen is men in staat gesteld, met verhoudingmatig weinig brandstof, in eene enkele operatie een zuiveren en hooggradigen alcohol te winnen.

Dat men op sommige plaatsen nog stokers aantreft, die met den ouden helmketel arbeiden, komt voornamenlijk daar uit voort dat zij aan een bestemden smaak (den graansmaak) van hunnen brandewijn houden en meenen dat deze smaak door de continueerlijke toestellen niet te behouden is. Dit is nogtans een misgedacht, want indien men met continueerlijke toestellen zonder rectificatoren, zooals dit hier in Belgiƫ geschiedt, den alcohol niet hooger dan met 40 a 45 volumenproc. overhaalt, gaan alle vluchtige stoffen, die den eigenlijken graanaroma daarstellen, mede over in het distillaat.

Over het algemeen wordt in de spiritus-, zoowel als in de genever- of brandewijnstokerij, de alcohol, met welke soort van distillatietoestellen hij ook moge gewonnen zijn, nogmaals eene

Sluiten