Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houtskool gefiltreerde sprit zuiverder is dan de niet daarover gefiltreerde, want de alcohol wordt, evenals het bier, door de consumenten meer naar den smaak en geur beoordeeld dan wel naar de zuiverheid.

De voor de spiritusraffinerie bestemde houtskool wordt uit harsvrij hout, zooals linden-, wilgen- en beukenhout gebrand. Dezelve moet goed uitgegloeid zijn en geen gehalte aan teer meer bezitten; in geen geval mag zij kokende spiritus kleuren. Men oewaart dezelve op droge, stof- en reukvrije luchtige plaatsen. De houtskool is een buitengewoon poreus lichaam, en heeft een zeer groot absorbtievermogen voor gassen; dientengevolge verzadigt zij zich met atmosferische lucht en voert op deze wijze het zuurstofgehalte derzelve den spiritus toe.

Merkweerdigerwijze vat dë zuurstof nu het eerst den aethylalcohol aan, zoodat van denzelve eene geringe hoeveelheid tot aldehyde en verder tot esthers geoxydeerd wordt, die een fijnen smaak en geur veroorzaken. Geschiedt nu de filtratie voor de rectificatie, zoo verliest men wederom veel van genoemde fijne esters, zoodat het beter is den alcohol na de rectificatie over houtskool te filtreren. Vroeger nam men algemeen aan dat de houtskool maar alleenlijk eene physikalisch-absorbeerende eigenschap bezat, en dat dit vooral tegenover foeselolie het geval was; doch in den laatsten tijd heeft men analytisch vastgesteld, dat de kool de foeselolie bijna niet vasthoudt, en dat er door de werking der zuurstof in de poriën der kool verzameld, andere stoffen gevormd worden die meer aan eene chemische-oxydeerende eigenschap laten gelooven. Deze stoffen gaan evenals de foeselolie in het chloroform over, zoodat een spiritus na de filtratie gewoonlijk meer foeselolie opgeeft dan wel voor de filtratie.

Vroeger geschiedde de reiniging van den alcohol veelal door de fijn gestampte kool met den ruwenbrand in den distilleerketel te brengen, ofwel de alcoholische dampen door een zuiltje met houtskool gevuld te laten strijken, en eindelijk ook nog door den gerectificeerden brandewijn met houtskool te schudden, ter klaring staan te laten en daarna te decanteeren. Tegenwoordig geschiedt deze reiniging meestendeels door den alcohol door eene rij van 4 a 6 cylindervormige, met hazelnoot — tot haverkorrelgroote houtskool vast gevulde vaten te laten strijken.

Men heeft bijv. eene batterij van 6 filters van elk 2,32 m. hoog en 0,41 m. middellijn; elk filter bevat 144 kg. houtskool. De brandewijn wordt in eene sterkte van 42 a 43 vol. pet. gefiltreerd. Als 3700 1. gepasseerd zijn, wordt het eerste filter van zijn

14

Sluiten