Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. — Het technisch Stokerijbedrijf onder de nieuwe Wet.

Eenige algemeene en nieuwste bereidingswijzen van Genever en Spiritus uit verschillige Grondstoffen.

Ongemoute graansoorten, alsook aardappelen en andere zetmeelhoudende vruchten en planten, moeten eerst, met eene genoegzame hoeveelheid water vermengd, aan eene hooge temp. blootgesteld worden, vooraleer zij zich in eene goede, gistingsvatbare, versuikerde massa laten overvoeren. Sterke zuren, alsook alcaliën, kunnen bij lange inwerking ook in de koude het zetmeel oplosbaar maken, doch die werkwijze is niet praktisch en daarom kunnen wij dezelve onverlet laten.

Het zetmeel moet eerst opgelost ofwel verkleisterd, d. i. in zulken toestand gebracht worden, in welke het van de inverteerende fermenten (enzymen of diastasen) der gemoute granen of der schimmels gemakkelijk en snel aangegrepen en in suikers omgezet kan worden.

De voorbereidende bewerking geschiedt meest overal door koken met stoom onder druk in gesloten ijzeren vaten. Deze vaten hebben eene ruimte van 360 a 400 liters voor 100 kgr. maïs, en zijn uit sterke ijzeren, soms ook uit koperen platen vervaardigd en op 5 a 6 atm. druk beproefd. De meest verspreide cuiseurs zijn de « Henze » waarvan hoofdzakelijk twee verbeterde vormen bestaan, te weten: de cylindrische, met lang conisch onderdeel, en de rein conische. De « Henze » cuiseurs zijn verticaal opgesteld en hebben meestal geen roerwerk ; zij dienen vooral voor de verarbeiding van maïs in ganschen korrel, wat daarin goed en snel van de hand gaat; doch om er ook gemalen maïs in te koken, is het best dat ze een roerwerk bezitten.

Er bestaan ook vele horizontale of liggende kokers ; dezelve moeten allen van een sterk en goedwerkend roerwerk voorzien zijn. Ik houd deze soort van kokers verweg voor de beste.

De hitte waaraan men de grondstoffen in het kookvat blootstelt, verschilt van 100 tot 1450 Cels. en hangt af van den kookduur, de natuur en den fijnheidsgraad der grondstof.

Sluiten