Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door persen bekomt men gemiddeld een sap van 90 saccharometer. Het in gisting brengen en de overige operaties zijn voor het door persen bekomen sap dezelfde als voor het door maceratie of diffusie bekomen.

2. Door diffusie. De methode van het raspen en uitpersen is alleen voordeelig voor de groote beetstokerijen. In de middelbare en kleine is de diffusie-methode bijna uitsluitend in zwang en is ook de goedkoopste. Zij berust op de eigenschap der osmose of diffusie. Als twee vochten door een dunnen wand van elkaar gescheiden zijn, zullen de opgeloste stoffen van beide vochten zich door den wand heen met elkaar vereenigen, tot dat de sterkte der oplossing aan beide zijden van den wand gelijk is. Deze eigenschap vertoonen echter alleen de kristalliseerbare stoffen, zooals de rietsuiker, terwijl amorphestoffen, zooals eiwit, gom, enz. haar niet bezitten. De cellen van de biet kan men beschouwen als eene door een dunnen wand ingesloten oplossing vati rietsuiker, eiwit, pectine, enz.. Plaatst men dus een stuk van een doorgesneden biet in water, dan zal de rietsuiker, door den celwand heen, naar buiten dringen en zich in het water oplossen, terwijl wederkeerig water door den celwand naar binnen zal dringen, zoodat de suikeroplossing in de celkamers allengskens dunner zal worden. Dit proces zal dus voortduren totdat de buitenste suikeroplossing dezelfde sterkte heeft als die in de cellen.

Men zou nu de werking weer opnieuw kunnen doen optreden, door de buitenste vloeistof te verwijderen en weer door versch water te vervangen; doch, op die wijze, zou het vocht al te veel verdund worden. Daarom richt men het toestel, dat wij zullen beschrijven, zoo in, dat in de verschillige bakken de pulp in afnemende mate wordt uitgetrokken en het toeloopende water eerst werkt op de meest uitgeloogde pulp, dan op den tweeden meest uitgetrokken bak en eindelijk in den bak met versche pulp komt.

Het toestel dat hier voor dient is eene zoogenaamde diffusiebatterij; dezelve bestaat in de stokerij uit 3 a 5 groote bakken of cylinders, welke in rij naast elkaar staan. Elke cylinder heeft, dicht over den bodem, eene zift, op welke het snijsel komt liggen en over dit snijsel ligt nog eene zift, om het opstijgen van hetzelve te verhinderen. Elk vat is, met het daar nevenstaande, door eene van den bodem uitgaande en in het naaste vat onder den bovensten rand uitmondende overstijgbuis voorzien. Het laatste vat bezit eene overstijgbuis, die naar het eerste vat terugleidt. Bovendien bezit elk vat nog eene water- en vinassetoevoerbuis, en eene afleidingsbuis, naar het sapreservoir.

Sluiten