Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter vergisting van melassebeslag wordt veelal eene zeer geconc. kunstgist gebruikt. Dezelve kan even goed uit groenmout en roggemeel als uit droogmout en roggemeel bereid worden. Het groenmout moet goed fijn geplet worden.

Pro 100 kg. melasse gebruikt men 10 kgr. kunstgistmateriaal en mengt dit met water, om daaruit een gistbeslag van 24 a 26° Balling te verkrijgen.

Men kan het melassebeslag het best met de aan armbeslag gewoon zijnde wijngist vergisten. In Frankrijk arbeidt men veelal met eene kunstgist uit gemalen maïs, door versuikering met zoutzuur bereid. Men neutraliseert gedeeltelijk door melasse, of wel door krijt of koolzure potasse, en brengt met wijngist in gisting. Het is voordeelig van de gistingskuip gedeeltelijkerwijze te vullen : Men vult de kuip eerst tot op Va met eene 220 gradige melasseoplossing van 160 Ball., doet dan de gist erbij en laat 5-6 uren gisten, waarna het vocht nog 5 a 5,5° Ball. opgeven zal. Vult dan het tweede Vs met melasse van wat hoogere concentratie aan, laat wederom 4 uren gisten en vult dan de kuip met melasseoplossing van nog hoogere concentratie.

De sterkte der twee laatste opgietsels berekent men volgens de in de voorgisting overgebleven saccharometersgraden van het eerste opgietsel. Het geheele beslag mag samen niet meer dan 22 a 26° Balling bezitten, wat met 12 a 130 Bé overeenkomt en ongeveer 15 a 16 % suiker vertegenwoordigt. Door deze wijze van behandeling kan de gist zich van den beginne af aan met volle kracht in het werk zetten, en is beter in staat de gistingshemmende invloeden te overwinnen.

Het inblazen van lucht, gedurende de 2 a 3 eerste uren der gisting, is zeer voordeelig; eveneens het toa-voegen van gekookte zemelen en een gedurig roeren der massa.

Onder de oude Belgische Wet (in Belgis zijn het leeken welke 1 de wetten op de industries maken, daarom ook zijn alle deze wetten zoo belachelijk en dom) waren de stokers (melasse-) verplicht in 24 uren te stoken; alle arbeid van af het vullen der kuip tot en met de distillatie was in genoemden tijd begrepen. Zij mochten'geen gistbeslag (levain), geene melige stoffen, zemelen noch iets dergelijks toevoegen, en, daar de lasten per heet. gistingskuipinhoud betaald werden, zoo moesten zij, om rentabel te kunnen arbeiden, minstens 10 1. abs. alk. per hectol. gistingsruimte bekomen. De arbeidswijze was in deze omstandigheden als volgt:

Sluiten