Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor eene kuip van 5000 1. inhoud, nam men 1700 kg. melasse van 42 a 430 Bé, en bracht deze door water op ongeveer 29° Bé, waarioe circa 950 1. water noodig zijn; het gezamenlijk volumen bedraagt dan zoowat 2150 lit. Daarvan hield men 950 lit. bijzijde en de rest vermengde men in de gistingskuip met water en verdunde Engelsche biergist (250 kg.) op de wijze dat het mengsel eene sterkte van 10,5° Bé en eene temp. van 27 a 30° C. bezat. Daartoe had men ongeveer nog 2800 liters water noodig.

De warmtegraad in 't gistend medium hield men op 30 a 320 C. en de concentratie tusschen 8 a 8,5° Bé, door gedurig toevoegen van de bijzijde gehouden 290 Bé. melasse. Men roerde gedurende den ganschen gistingsduur om het oplossen van koolzuur in het beslag tegen te gaan. De vorm en grootte der gistingskuip oefent een grooten invloed uit op het rendement; de kuipen moeten, om goed te zijn, eens zoo hoog zijn als hun bodemdoormeter en minstens 100 hl. inhouden.

In den laatsten tijd vergist men de melasse niet meer met bierof met persgist, doch men neemt een reincultuur van Tokaiër wijngist. Daartoe brengt men de melasse in gesloten, sterke ijzeren kuipen, kookt ze gedurende eenige minuten op iio° C., koelt op 290 Celsius af en voegt de reinkweek van gist toe. Indien kiemvrije lucht in de kuip geblazen wordt, kan men met eene zeer kleine hoeveelheid gist toekomen; lucht men niet, dan gebruikt men 1 heet. reinkweek per 100 heet. verdunde melasse. Het toevoegen van proteïnrijke stoffen, zooals : moutscheuten, gistextracten, zemelen, enz. bevoordeeligt de gisting ten zeerste. De moeilijk gistingsvatbaarheid van sommige meiassen, kan ook nog afhangen van het Raffinosegehalte en van de alcaliën en alcalische aardmetalen.

Tengevolge dezer vele oorzaken van trage gisting, is het van belang de melasse eerst in het klein op verschillige wijzen te beproeven, om er eene goede behandeling voor te vinden.

Raffinosehoudende melasse brengt men met een mengsel van ondergist en wijngist in gisting.

De melasse eene hoogere aciditeit geven dan juist noodig is voor de gist, is schadelijk voor de distilleerapparaten en vermindert tevens de waarde der spoelingasch.

Zooals men weet, bevat deze asch eene grooté hoeveelheid (35 & 55 %) koolzure potasch, waarop de prijs ter potaschfabrikatie vastgesteld wordt. Elke hoeveelheid toegevoegd anorganisch zuur vermindert in verhouding de waarde der asch, wijl het sterkere zuur het koolzuur verdrijft en zich met de potasch ver-

Sluiten