Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geconcentreerd f A' een ^ee' er Van werc* gefiltreel"d en daarin het opge-

ïLgebesbg" onder \ gelost eiwit bePaald : 100 gr' ro^ gaven 4,47 gr. opge-

... _ I lost eiwit.

"J1011 ' 'j ^ j b) een ander deel werd met 13 gr. melkzuur per liter

igereer en op 75 1 ^ gekookt : 100 gr. rogge gaven 8,94 gr. opge-

verniL. j . .

\ lost eiwit.

55° C. : 100 gr. mout gaven 9,43 gr. opgelost eiwit, en na verzuring 11,03 6r- * *

2) Geconcentreerd 1 65° C. : 100 gr. mout gaven 8,33 gr. opgelost eiwit, gerstemoutbeslag, ) en na verzuring 9,13 gr. » »

2 uren versuikeren \ gg0 x uur en ^ mjn., en 15 min. bij 75° C. versuigelaten bij : I kerd .

100 gr. mout gaven 7,72 gr. opgelost eiwit, na f verzuring 7,92 gr. en na 15 min. gekookt te hebben 8,02 gr. eiwit.

100 gr. maïs gaven 1,254 gr- opgelost eiwit.

3) Geconcentreerd 1 0p I0Q0 q verhit geweest te zijn : 100 gr. maïs maïsbeslag-f-mout- | gaven 1,013 gr- opgelost eiwit.

extract, 6 uren bij 1 Melkzuur toegevoegd en dan op ioo° C. verhit : 100 gr. 55° C- gedigereerd. ma'js gaven 1,163 gr- opgelost eiwit.

De gecoaguleerde stikstofhoudende stoffen der ongemoute granen, lossen door melkzuur veel beter op dan die der gemoute granen.

Hoe grooter de concentratie van het beslag is, des te beter en zekerder oefent het de daar even genoemde werkingen uit. In het algemeen wordt voor spiritusfabrieken een zuurgehalte van 1,8 en voor Weenerpersgistfabrieken een van 2,6 a 3,2 cub. cent. norm. NaHO als voldoende betracht. Deze zuurgehalten worden in 10 a 24 uren bereikt.

In eenige Duitsche stokerijen verwarmt men het beslag, na de verzuring, op 750 Cels. om de daarin aanwezig zijnde bacillen te dooden, aangezien men nu hunne werking niet meer noodig heeft. Deze manipulatie is zeer aan te bevelen, niet alleenlijk tot sterelisatie, maar ook wegens de oplossende werking van het melkzuur op de gecoaguleerde en andere onopgeloste eiwitstoffen. Nadat dit geschied is, gaat men over tot

Het afkoelen, hetgeen door een op en neer beweegbaar of door een draaiend koelsystema geschiedt.

In stokerijen zonder gistfabricatie, koelt men het beslag op 19 a 20° Cels. af, na de gist reeds bij 250 C. toegevoegd te hebben. In de gistfabrieken koelt men op eene zulke temp. af dat het beslag te samen met de moedergist of de zetgist op 24 a 27° C. komt te vallen.

Sluiten