Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x. Als de saccharometer op V3 gevallen is.

2. Als de temperatuur gan graden gestegen is.

3. Als het schuim begint te vallen.

4. Als de schuimblazen melkachtig-troebel zijn.

Het afnemen der moedergist geschiedt gewoonlijk als het beslag een weinig over de heltt vergist is, doch er zijn ook stokerijtechnikers die het beslag veel verder laten vergisten en eerst afnemen een weinig voor het rijptestadium. Tot opname dei moedergist dient een vertinde koperen cylindervormige pot, met goed sluitend deksel. Nadat dezelve met moedergist gevuld is, plaatst men hem aanstonds in wa-ter van 11 a 140 Celsius. Een dalen der temp. in de moedergist kan geen kwaad, doch een stijgen is zeer verderfelijk.

ïn vele persgistfabrieken arbeidt men met een deel moedergist en een deel persgist; in andere stelt men de zuurdeesem telkens

met persgist alleen aan.

Als nu het nog overblijvend gistbeslag tot de gewenschte rijpheid gekomen is, wordt hetzelve tot

Aanstellen van het Hoofdbeslag gebruikt. Meestal, en wanneer er geene schuimgisting te vreezen is, gebruikt men de kunstgist als zij op ongeveer het ]/3 harer oorspronkelijke saccharometerprocenten vergist is; bijv. als er van 24 nog 8 schijnbare overblijven. Bij vrees voor schuimgisting, laat men tot op 1 4 ver'gisten.

Voor de Weenergistfabrieken gebruikt men de deesemgist in sommige gevallen, wanneer ze nauwelijks maar half vergist is, bijv. als ze van 24 a 250 Balling op 13 a 150 Balling vergist is. (De Balling wordt in troebel Altraat bepaald) en in andere gevallen weer wanneer ze nog 8 a 90 Balling weegt. Wat voor den eenen geschikt is, past niet altijd voor den anderen ; doch 'n goede en ervaren techniker zal er na eenige proeven de beste doenwijze wel weten uit te kiezen.

In sommige gistfabrieken wordt, nadat de moedergist afgenomen is, het overblijvend gistmengsel met afgekoeld zoetbeslag uit den macerateur vermengd. Deze operatie noemt men

Het voorzetten. Door het voorzetten heeft men voor doel eene sterkere aangisting op te wekken, d. w. z., de gist quantitatief te vermeerderen en terzelfder tijd de werkzaamheid der gistcellen door versche voedingsstoffen op te wekken. Hierbij is in elk geval niet uit het oog te verliezen, dat in mediums met meer dan 5 vol. °/0 alcohol geen merkelijke gistvermeerdering meer plaats grijpt.

Sluiten