Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik gevallen gekend waar men maar eenmaal 's jaars opfrischte ; het gistmateriaal bestond in deze gevallen uit 1/2 deel gersteeestmout en '/« deel rogge. Als de gist te weinig bevolkt is en als de gistcellen te zwak geworden zijn, dan alleen bereikt men door het opfrisschen zijn doel.

Indien de voortplantingsgist door de eene of andere kwaadaardige micro-organismen zoude geïnfecteerd zijn, zoo moet men haar wegwerpen en eene andere bereiden.

Verschillige andere doenwijzen en andere soorten van Kunstgist.

Er worden tegenwoordig vele soorten van kunstgist bereid, doch allen hebben een en hetzelfde princiep voor grondregel namelijk : het bekomen van een geconcentreerd of voedzaam en gezond of zuiver blijvend medium. Het onderscheid tusschen de verschillende kunstgisten ligt hoofdzakelijk in de verhouding der daartoe gebruikte grondstoffen, in den duur der bereidingswijze en in de natuur der stof waarmêe men tracht het melkzuur te vervangen.

Vooraleer tot de beschrijving dezer arbeidswijzen over te gaan, moeten w j hier zeggen, dat voor de Weenergistfabricatie uitsluitelijk kunstgist volgens de hiervoren beschreven wijze bereid wordt, en dat de beslagmaterialen voor de helft uit fijn gemalen rogge en voor de andere helft uit fijn gemalen gerst-eestmout bestaan.

a) Spoelinggist. Men mengt 60 lit. zoetbeslag uit den macerateur met 40 liters vinnase, 10 kgr. geplet groenmout en 3 kgr. roggemeel; laat 2 uren lang versuikeren bij 63° C. en laat verzuren zooals hierboven aangehaald is.

b) Speciale gist voor zeer geconcentreerd beslag. De gistmassa wordt onder toevoeging van een weinig geplet groenmout (2 a 4 %) uit zoet hoofdbeslag bereid, hetwelk men den macerateur ontneemt. Heeft het beslag een suikergehalte over 230 saccharometer, dan wordt hetzelve door toevoegen van heet water op 220 sacch. gebracht. Tot aanzuren van het versch bereid gistgoed, gebruikt men 3 a 5 liters zuurdeesem. Het gistgoedmengsel blijft 20 uren ter verzuring staan, en wordt dan op 21 a 230 C. afgekoeld. Na het afkoelen zal het gistbeslag 2,3 a 2,5° zuurgraden bezitten. Dees gistgoed stelt men nu met moedergist bij voornoemde temp. aan. Als de tijd daar is om de moedergist af te nemen, zal het mengsel op 32 '/» C. verwarmd en het suikergehalte van 220 op 70 vergist zijn. Deze gist wordt nu met veel

Sluiten