Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslag van 370 C. uit den macerateur voorgesteld en blijft dan nog 2 a 3 uren tot verdere vergisting toegedekt staan, tot het voorhanden extractgehalte weder op 6-7° vergist is. Daarna stort men de gist bij het hoofdbeslag in de gistingskuip.

Deze hoogverwarmde en rijpe gist werkt bijzonder goed in dik beslag en vergist hetzelve van 26 a 24 % opiai V» %.

c) Speciale gist voor geconc. beslag, dat tot overstijgen genegen is. 10 kgr. gerstegroenmout, 20 liters ongekookte zuurdeesem, 120 lit. zuiver beslag en 20 lit. gekookt water, worden bij 65° C. gemengd en gedurende 2 uren voortdurend geroerd. Om te verregaande afkoeling te vermijden, wordt het gistbeslag 's avonds op 62 a 63° C. verwarmd, zoodat het 's morgens nog 50 a 520 C. bezit. Dan wordt het op 750 C. verwarmd, seffens op 30° C. afgekoeld, de moedergist toegevoegd en daarop de afkoeling tot op 13 a 150 C. voortgezet.

De vergisting wordt tot op 4-2 */« sacchar. gedreven, hetgeen gewoonlijk 26 a 30 uren vordert. De hoogste temperatuur der gisting bedraagt 30 a 310 C.. De moedergist neemt men bij 6° saccharometer af.

Deze kunstgist wordt zonder voorstellen met het tamelijk koud hoofdbeslag vermengd. Het gistbeslag, dat naar gelang den aard der materialen 24 a 28° Balling opgeven moet, wordt gedurende de verzuring en vergisting goed bedekt gehouden.

d) Speciaal gistbeslag voor maïs (hoeveelheid voor 32 H. beslag van 32 kgr. per hectoliter). 25 kg. gekneusd groenmout, of 15 kgr. eestmout worden met 100 lit. beslag uit de versuikeringskuip in het gistvat 's morgens rond 8 ure vermengd, en na op 63° C. verwarmd te hebben, bedekt staan gelaten, 's Avonds wordt het beslag wederom op 56 a 590 C. aangewarmd en tot 's anderdaags 's morgens bedekt staan gelaten. Dan wordt het gistbeslag °P 75° C. verwarmd, seffens daarop op 28 a 30° C. afgekoeld en dan de moedergist toegevoegd.

Om alle poozen in de bereiding der kunstgist te vermijden, regelt men de bewerking op de wijze, dat de moedergistemmer overbodig wordt. Dit zal het geval zijn indien de kunstgist der vorige operatie zich juist in het gewenschte rijptestadium bevindt op het oogenblik dat men de moedergist voor eene nieuwe operatie noodig heeft.

Men koelt de aangestelde gist af tot op eene temp. waarbij men aannemen kan dat de gist des anderendaags 's morgens de gewenschte rijpheid zal bezitten. Het afgekoelde gistgoed heeft een saccharometersgehalte van 24 °/0 en een zuurgehalte van

Sluiten