Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kunstgisten traag en staakte de vergisting reeds bij 12 a 130 Balling, ter oorzake van het hoog gehalte der middens aan Glycogeen.

Te verhelpen was deze onaangename toestand van dat extravermeerderingskrachtig gistras, door de deesem te verdunnen en veel minder gist er in uit te zaaien ; door de moedergist bij 130 Balling af te nemen, en haar 8 a 14 dagen bij 6 a io° Cels. weg te zetten, ofwel er een reincultuur van aan te leggen, en ook nog door ze in een speciaal stikstofarm doch aschrijk beslag uit te zaaiën en de hiervan gewonnen gist als zetgist te nemen.

Om nu nog verder uit te weiden over het gebruik der kunstgist tot het aanzetten van de hoofdkuipen, zij gezegd dat men met elk ras of in elk fabriek niet naar dezelfde methode arbeiden kan.

In vele fabrieken gebruikt men de kunstgist reeds bij 15 a 160 Balling, zoodat er maar 8 a 90 Ballingsche graden vergist zijn in troebel filtraat bepaald. In fabrieken, waar de reinheid in geheel haar wezen niet in acht genomen wordt, arbeidt men het best snel en bij hoog zuurgehalte; dus zuurdeesem met het maximum der gist (7 kgr. per 100 kgr. gistbeslagmeel) en bij hooge temp. (26 a 270 Cels.) aanzetten en als de temp. op 35 a 36° Cels. gestegen is, gebruiken. De hoofdgistingskuipen worden dan ook bij hooge temp., met een hoog zuurgehalte en met veel kunstgist in gisting gebracht.

Ik heb zoo een Weenergistfabriek bestuurd, waar men altijd aanzette met persgist van daags te voren en zonder moedergist. Men kon jaren arbeiden zonder van zetgist te veranderen.

Het vernieuwen der Moedergist, of het veranderen van Zetgist.

Bij de fabrikatie van gist, volgens het oude stelsel, moet men van tijd tot tijd de moedergist vernieuwen en soms ook wel veranderen, d. i., de daartoe bestemde zetgist (door zetgist beduid ik hier de persgist waarmede men de zuurdeesem aanzet, en door moedergist beduid ik dat deel vergiste zuurdeesem welk men tot voortplanting afneemt) weieens van een ander fabriek ontbieden. Van zijne eigen persgist kanomen zoolang nemen als dezelve niet geïnfecteerd of niet afgeleefd is. Afgeleefde gist heeft eene dikke, elastieke membraan, geeft een lage, slijmige schuim, bezinkt bij het wasschen wel snel doch in het geheel niet vast, zwaar en fijn; zij vertoont daarenboven den vlokkenvorm.

Sluiten