Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedt bij eene temp. van 53 a 550 Cels., zoo is het zeer voordeelighet beslag bij deze temperaturen te bereiden en het hierbij minstens '/« uur staan te laten.

Daarop verwarmt men de massa op 58 a 62° C. om het zetmeel in suiker om te zetten.

Eene goede wijze van beslagen is de volgende :

De fijn gemalen en met 1 % mout vermengde maïs wordt, al voortrijzende, naar het hoofdbeslagapparaat in een malaxeur met 100 liters water van 65° Cels. per 100 kgr. graan vermengd.

Van den beginne af brengt men het roerwerk in den hoofdmacerateur, waarin de maïs gekookt wordt en waarin zich nog, voor elke 100 kgr. maïs, 175 lit. water van 6o° Cels. bevinden, in levendige beweging, zoodat het in den malaxeur voorbevochtigd meel hier verder goed en gelijkmatig, zonder dat er zich klontjens vormen, verdeeld wordt.

Als de vulling geschied is, brengt men de massa door directen stoom en onder krachtig roeren tot op minstens 8o° Cels., houdt circa 10 min. daarbij en koelt door bijvoeging van koud water op 70° C. af; voegt 2 % mout bij, laat dit 15 min. inwerken en kookt nu verder door tot op circa ioo° Cels.. Na 1 a 1 '/» uur kookduur, koelt men op 70° Cels. af.

Gedurende het koken der maïs vermengt men de andere toe te voegen materialen, zooals rogge, mout en boekweit in een hooger staande mengapparaat, dat eveneens met een malaxeur « Steel » verbonden is. Men roert het meel, al voortrijzende, in den malaxeur met 250 lit. 65 gradig water °/0 aan, zoodat de temperatuur van het mengsel 54 a 56° Celsius bedragen zal.

Als nu het maïsbeslag op 70° C. afgekoeld is en het rogge-moutboekweitbeslag minstens 50 min. ter peptonisatie gestaan heeft, vermengt men onder gedurig roeren bijde mengsels, brengt de temp. door directen stoom op 590 Cels., en laat 2 uren ter versuikering staan. Hoe hooger en hoe langer het gistschuim boven drijft, des te verder kan men de versuikering brengen.

Het is zeer aan te bevelen, van boven elke beslagkuip een malaxeur en boven deze eene conisch toeloopende kast aan te brengen. Onder in het conisch deel dezer kast — welke al het meel voor eene operatie moet kunnen bevatten — moet zich eene geripte houten wel bevinden, om den toevoer van het meel te regelen.

Ter volumenberekening dienen hier de volgende opgaven :

a) 100 kgr. meel nemen, in water verdeeld, een volumen in van 70 liters.

Sluiten