Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der gist geschiedt meestal op de wijze, dat men het schuim met ondiepe, groote kortstelige blikken lepels van het beslag afschept. Daarbii moet men den lepel horizontaal houden en naar de wanden toe bewegen, zoodat het schuim, maar niet het beslag in denzelve loopt. Indien men beslag geschept heeft, wat men goed aan de zwaarte van den lepel gewaar wordt, dan moet men het zelve terug in de kuip uitgieten ; men bekomt de gist kort daarop toch nog weder.

Men kan de schoonste gist bederven indien men het scheppen niet met de noodige voorzichtigheid uitvoert, zoodat men beslag medeschept. Vooral is voorzichtigheid geboden, wanneer men met het schuim op de beslagoppervlakte gekomen is.

Zeer gemakkelijk is het, wanneer men een deel van den voorwand der vierkante kuip, beweeglijk (met schuiven) maakt, zoodat men dezelve naar de hoogte van het schuim stellen kan. Men trekt dan het schuim, bij middel van een houten plankje met steel, over den wand heen in eene goot, waar het met koud water vermengd naar de ziften loopt. Nog beter en gemakkelijker is het indien men in de kuip zelf, dicht tegen den voorwand, eene door een vijs- of schroefsystema op en neer beweegbare vertinde koperen goot aanbrengt, welke in het midden eene genoegzaam wijde verticale buis bezit die, op de halve hoogte der kuip, in eene vaststaande koperen afvoerbuis met bourrage, op en neer schuiven kan. De goot zal bestens conisch zijn en een weinig naar de verticale buis toeloopen. Zij moet ook over hare geheele lengte van eene fijne waterbruisch voorzien zijn, om het gistschuim snel te kunnen wegspoelen. Als men op den spiegel der vloeistof gekomen is, stelt men de goot op de wijze dat hare boorden 5 cm. boven het beslag uitreiken en trekt het schuim met een bret langzaam en zonder horten in de goot. Hier moet natuurlijk, even als bij het afnemen met den lepel, acht gegeven worden dat geen beslag medegenomen wordt.

Het scheppen wordt zoolang voortgezet tot er nog noemenswaardige hoeveelheden gist op de oppervlakte van het beslag komen drijven.

Het bovenkomen der gist duurt 5 a 10 uren, hetgeen afhangt van den aard der gist, de arbeidswijze en de mechanische en chemische samenstelling van het beslag.

In eenige fabrieken zoekt men op het einde van het scheppen nog kleine hoeveelheden gist doorluchten boven te brengen; daardoor wordt nog circa 0,8 % gist meer gewonnen.

Sluiten