Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen, alsook om het zetmeel en de proteïnstoffen beter op te lossen,voegt men wat vitriool of wat zoutzuur aan het kookwater toe : i lit. vitriool, of 2 liters zoutzuur zijn voldoende voor 50 hectol. kookwater. Ik heb ook fabrieken bezocht, waar men de maïs met 60 gr. soda per 100 kgr. kookte; volgens mij is dit niet aan te prijzen.

In gemalen toestand wordt de maïs 1 uur bij 2 atm. gekookt, doch in geheele korrels, of in grof gebroken of gepletten toestand kookt men hem 1 uur bij open ventil, 1 uur bij 1 V» atm. en 1 uur bij 2 V« atmosfeer.

In vele fabrieken blaast men de gekookte massa niet direct in de versuikeringskuip bij het mout, doch jaagt ze eerst in eene kast met exhaustor. In dit geval moeten de macerateurs geen exhaustor bezitten. Deze doenwijze is zeer aan te prijzen.

De rogge en de tarwe worden gewoonlijk (de eerste 14 uren en de tweede 30 uren) in koud water geweekt, 70 uren kiemen gelaten en dan geplet. In geval men ze niet kiemen laat, worden ze evenals het droogmout, voor het pletten xo a 12 uren in aangezuurd water geweekt.

Alle de ongekookte grondstoffen, behalve de pellen, komen vóór het lossen der gekookte grondstoffen in het mengtoestel (« macerateur » genoemd). De temp. moet vóór het afblazen in deze massa minstens 30° Cels. bedragen. Men laat de gekookte maïs onder krachtig roeren langzaam toevloeien, zoodat de temp. der vereenigde massas niet meer dan 570 C. bedraagt, laat 2 uren versuikeren, verwarmt op 64° C. en laat nog r a 2 uren ter versuikering staan.

De meeste gistfabrieken onderwerpen het wel versuikerd beslag aan eene melkzuurgisting, beter gezegd, melkzuurbroeiïng; andere voegen er na de versuikering zwavelzuur, alleen ofwel te samen met zoutzuur, aan toe en laten eenige uren lang peptoniseeren; weer anderen filtreeren seffens na volkomen versuikering en voegen tegelijk met de gist, na afkoeling, zwavelzuur, phosfoorzuur, technisch melkzuur of zoutzuur toe. De eerste werkwijze is de beste, de laatste de slechtste.

De melkzuurbroeiïng moet tusschen 54-570 C. geschieden en zoo lang duren tot een zuurgehalte in de wort van 4^-5 cub. cent. normale natronloog per xoo cub. cent. wort bereikt is. Hoe vroeger men zuur in de massa krijgt en hoe langer het dan duurt voor de 4 a 5 ccm verkregen zijn, des te beter zal de massa gepeptoniseerd worden. Met eene aciditeit van 4 ccm gaat het ook, men bekomt dan in elk geval meer alcohol. Bereikt men dit zuur-

Sluiten