Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het inblazen der lucht geschiedt door een compressor (ventil-luchtpomp) ofwel door een hoogdruk-blazer. Het kiemen stofvrij maken der lucht geschiedt door dezelve door eene kast te jagen waarin grove wollige doeken over raampjens gespannen zijn. Verder leidt men de lucht nog door een waterzuiltje (colommenapparaat met ziftbodems).

Het verdeelen der lucht in de gistingskuipen geschiedt door vele rechtlijnige, afschroefbare koperen buisjens. Dezelve bezitten 3 rijen gaatjens en aan het uiteinde een afschroefbaren, eveneens doorboorden kop. De grootte der gaatjens mag niet meer dan i millim. doorsnee bedragen, en de gezamenlijke doorsnee mag die der toevoerbuis niet overtreffen. De toevoerbuis staat in de kuip als eene 't onderstboven gekeerde J.. In sommige fabrieken is deze buis vast, in andere wordt ze in langzaam draaiende beweging gebracht om de lucht nog beter te verdeelen.

Doenwijze B : Men stort 50 % maïs, 40 % gerst, 6 % melasse en 4 °/c arachiden koeken-meel.

De melasse wordt op 20° Balling verdund, met HC1 geneutraliseerd, 1 uur lang gekookt, op 62° Cels. afgekoeld en met het fijn gemalen boonenmeel vermengd. Na gedurende 1 uur bij 6i° Cels. gestaan te hebben, wordt op 570 Cels. afgekoeld en met veel zuurdeesem vermengd, 20 uren ter verzuring staan gelaten.

De maïs wordt op de gewone wijze gekookt, met het mout in de versuikeringskuip bij 6i° Cels. vermengd, en 4 a 6 uren ter versuikering en peptoniseering staan gelaten. Voordat men het mout in den macerateur stort, wordt er het (na de verzuring gekookte) melasse-boonenbeslag ingebracht. Het filtraat wordt door filtreerpersen gewonnen, op 6° Balling verdund en met zwavelzuur op eene aciditeit van 1,8 °/0 gebracht.

Doenwijze C : Dees procédée is ook een gansch bijzonder en wordt eveneens in eene groote Belgische fabriek uitgevoerd. Deze fabriek gebruikt geen maïs, omdat men er veel waarde hecht aan de kwaliteit der flegmas, waaruit 'de genever gewonnen wordt.

De gewonnen gist is buitengewoon snel aangistend en houdt ook redelijk goed stand. Zij is een weinig vlokkig, doch bewaart tamelijk wel. Tegen schokken of stooten is zij nochtans niet zeei bestand.

Men stort 75 % mout en 25 % rogge, laat na versuikering verzuren tot op 4 ccm zuur per °/0, kookt op en filtreert door filtreerkuipen. Het filtraat wordt op 6° Balling verdund en met kunstgist uit vlokkige gerstebiergist aangesteld.

Sluiten