Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En in een aandoenlijke stemming! De meesten kende ik niet, maar ik voelde ze allen als broeders en zusters. Ook het ex-hoofd van een Christelijke school uit den omtrek, die hoofdschuddend zijn leedwezen over mijn diepen val uitdrukte.

Het ontroerde mij, toen ik de makkers uit Sneek en Leeuwarden zag! Ze waren na het demonstratief congres vanynorgen uit Amsterdam overgekomen, om mij deze verrassing te bereidén. God vergelde den Frieschen vrienden al de liefde, die ze mij bewezen hebben!

Enkele vrienden uit burgerlijken kring stonden wat schuw aan den kant; een christelijk onderwijzeres bracht mij Thomson's ,,Religieuse Poësie"; mijn arbeidersvriend van jaren her, uit den Bond van Christensocialisten, had een halven dag vrij genomen, om present te wezen, en mij de hand te reiken. O, het was aandoenlijk! En toch alles zoo stralend blij in de doorbrekende voorjaarszon!

We zongen en we jubelden, we pinkten tranen weg en we manifesteerden; we drukten handen en zeiden korte, hartelijke woorden tot elkaar.

B. zwaaide onvermoeid met zijn wandelstok, mevrouw K. riep: „leve de dienstweigering!"; de stevige Leeuwarder lachte goedig den ouden portier uit, die ons buiten de groote poort zocht te dringen.

Wij leefden. *

En toen ging ik binnen.

De veldwachter bracht mij in een lokaal, waar een meisje van een jaar of zestien, met betraande oogen in een angstig gezicht, zat te wachten; een paar geuniformde menschen aan 't schrijven waren, en twee jonge mannen, met gekleurde zakdoeken om den hals, een stuk van de bank in beslag namen, waarop ook ik moest gaan zitten. Ik geloof, dat dat nu „toffe jongens" waren.

Al gauw werd ik bij den onderdirekteur van het

Sluiten