Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woensdagmiddag.

Het systeem van twee dagen water-en-brood is een marteling.

En op een marteling lijkt het, dat men mij twee dagen zonder mijn boeken en zonder schrijfpapier laat zitten.

Ik wou ook zoo graag mijn horloge en een badhanddoek uit Schiedam hebben. Daarom verzocht ik den direkteur te spreken. Ik vraag dan meteen, wanneer en hoe vaak ik bezoek mag; het reglement is niet overduidelijk op dat punt. Maar blijkbaar is de direkteur bang, mij te verwennen, want hij heeft geantwoord, dat ik hem spreken kon, als hij eens gelegenheid had. En tot heden schijnt hij die gelegenheid nog niet te hebben gevonden.

Mijn voorgangster in de cel kon lezen noch schrijven. Daarom ligt er, als haar prentenboek, een „London News" van 1870. Het is interessant, daarin te lezen, hoe zijn tijdgenooten over Napoleon 111 schreven, en wat ze zeiden bij den dood van Dickens. Ik dacht, dat ze hem uitbundiger zouden geprezen hebben, maar de critiek is er ook, en spreekt duidelijk.

Als ik mijn eigen boeken niet mag, zal ik zien, of David Copperfield in de bibliotheek is.

Donderdag 27 April. Derde dag.

Gisteravond kwam de eerste bezending brieven. Als ik iemand ken, die in de gevangenis zit, zal ik voortaan nooit meer verzuimen, hem te schrijven. Ook de kleinste, onbeduidendste gevangenisbrief is een zegen. Een stem van buiten, die tot je doordringt.

Gezegend de liefdestemmen, die gisteren tot mij spraken! Ze vertelden mij allerlei vriendelijks, en daarna flüisterden ze mij in slaap.

Sluiten