Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeder is altijd sterk in kalenderblaadjes. In haar brief lagen er twee. Een met den tekst: „Vrede laat ik u; mijnen vrede geef ik u", en een ander, erg vergeeld, dus dat Moeder zeker zelf al lang bewaard had, met het versje:

„Houd Gij mijn handen beide

Met kracht omvat.

Geef mij Uw vast geleide

Op 't smalle pad,

Alleen kan ik niet verder,

Geen enkle tree,

Neem, trouwe zieleherder,

Mij, arme, mee".

God bless her.

Gisteren had ik ook mijn onderhoud met den direkteur. Type: „uitstekend ambtenaar", dunkt me.

Ik vroeg om mijn horloge — neen. Ik vroeg om schrijfpapier — neen; Ik vroeg om wat rekbaarheid in het toestaan van bezoek — neen. Ik vroeg mijn eigen boeken — neen; de bibliotheek voorziet in de lektuur-behoefte. Ik vroeg toen, in den wilde weg, om Gideon Florensz. van mevr. Bosboom, en om David Copperfield. Gelukkig waren ze beide present.

Als de eerste week om is, dus Dinsdag, mag de familie, hoogstens vijftien minuten, komen. En de direkteur zal zich „overtuigen, of 't familie is". Per gratie mocht ik dit bezoekbericht naar Gorkum schrijven; anders komen ze van heinde en ver voor niets, want men meent, dat er iederen dag van 3—5 ontvangen wordt.

Hoe konden we zoo naïef zijn, te gelooven, dat ik iederen dag „jour" zou mogen houden!

Het had deze twee dagen al niet stil gestaan van menschen, die mij wilden bezoeken, zei de direkteur.

Zondag krijg ik één velletje postpapier. Het zal hoofdbreken kosten, aan wie die kostbaarheid te verzenden.

Sluiten