Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij begon met te vragen, waarom ik -geen goed voor militairen wilde naaien.

Ik zei, dat ik hier niet als sociaal-democraat, niet als christen-socialist, maar als anti-militairist gevangen zit. Omdat ik daadwerkelijk verzet tegen het militarisme voorsta, en daartoe anderen opwek. — Maar als ik tegen de arbeiders zeg, dat ze niet in de munitiefabrieken moesten willen werken, dan mag ik toch zelf geen katoenen of linnen munitie voor mijn rekening nemen?

De direkteur meende, dat dit naar dweperij zweemde. Dweperij 1 En ik stond daar volmaakt kalm tegen de balustrade geleund, waarachter de gevangene bij zulk een onderhoud moet blijven staan.

„Maar deze soldaten zijn er nu eenmaal; waarom wilt u ze dan niet aan kleeren helpen? Zij staan daar om ons land uit den oorlog te houden. Hen te helpen is onze eerste plicht".

Ik betoogde, dat het niet absoluut vast staat, hoe het bij demobilisatie met ons land gaan zou. Maar als hoofdzaak: dat goed en kwaad voor den christen geen utilistische problemen zijn, waarbij ik links of rechts ga uit vrees voor rechtsche of linksche gevolgen, maar wij den goeden weg, hier den weg der demobilisatie en het striktste anti-militarisme, kiezen in gehoorzaamheid aan ons beginsel.

„Is u bereid, werk te verrichten voor deze inrichting? Of verwerpt u alle gezacj?"

„Volstrekt niet".

„Dan is mij toch uw doordrijven op dat andere punt niet duidelijk. Daar weerstreeft u het gezag. En het gezag te gehoorzamen, is toch de dure plicht van den christen".

„Gelooft u, dat als Petrus en Johannes zoo tegenover het gezag van hun dagen gestaan hadden, er van de christelijke kerk veel terecht gekomen zou zijn?"

„ . . . Nu, over die dingen kan men verschillend

Sluiten