Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinneringen staat, dachten we niet, dat hij zijn ambt van gevangentrooster nog eens aan mij uitoefenen zou.

Zijn bezoek was een gewaardeerde afwisseling.

Zaterdag 29 April. Vijfde dag.

Met dezen dag is het stijgen gedaan. Morgen begin ik den ,,berg der tien dagen" alweer af te dalen.

Maar die gedachte vervult me niet met de uitbundige blijdschap, die je daarbij verwachten zoudt.

Ik geniet van de rust hier.

Ik wou, dat allen, die, vooral nu ik niet schrijven mag, in onrust om mij zijn, mij eens even konden zien zitten.

Ik geniet zoozeer van de rust hier, vooral nu ik mij voor goed over de griezeligheden van blikken pannetjes en houten lepels en grijze koffie en blauwe melk-mélange heb heen gezet, dat ik mij dit genieten bijwijlen verwijt.

De gansche wereld is éen schrikkelijke woeling — moest mijn hart rust kennen, nu ik tot werkeloosheid ben gedoemd?

Maar laat ik nu eens pleiten als Hizkia.

Van dat ik een kind was, een schuw kind met een brandende belangstelling in het groote leven, deed ik — niet wat ik moest, zelfs niet wat ik kon, maar toch altijd iets in den strijd voor recht en waarheid. Den strijd, waartoe God riep.

En straks in mijn beter gewaardeerde vrijheid, neem ik immers opnieuw deel aan de geweldige worsteling om een rechtvaardiger wereld. Het socialisme, als Gods wil, heb ik meer lief dan ooit.

Maar het spreekt vanzelf, dat men in „retraite" wat nauwkeurig acht geeft op zichzelf.

Dat is ook goed.

Ik zie met ontstellende duidelijkheid, hier in de stilte, hoezeer wij, die in groote bewegingen staan, gevaar

Sluiten