Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij daardoor handhavers worden van het imperialisme met al wat eraan vastzit. Dr. Kuyper, de linkerhand zegenend over het privaat bezit uitbreidend, voelt zijn rechter gevat en gedrukt in imperialisme's gepantserde vuist, die militarisme heet.

Of dr. Kuyper, zóo vastgegrepen, de gewetensvrijheid toeknikt — wat baat dat?

Zaterdagavond, half acht.

Zoo even stond ik voor mijn venster: kleine ruitjes van matglas, waarachter tralies. Door de derde rij ruitjes, die niet van matglas zijn, ziet men een klein stukje strakke, grijsblauwe lucht.

Van buiten komen allerlei geluiden. Telkens hoor je de tram bellend uit de verte aanschuiven, daarna knarst hij langs, dan vervaagt zijn geluid weer.

Vaak belt er een fiets, of er toetert een auto; af en aan deinend klinken de stemmen van spelende kinderen. Door de vallende avondstilte hoor ik in de verte een klokje luiden . . .

Wij,- menschen, lijken op kinderen, in zoo'n cel geboren. Celmuren en matglas, met een smal streepje lucht.

En een warreling van verre geluiden, van vage verschijnselen zegt ons, dat er meer is . . . meer . . . veel meer.

„Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt", zingt de Internationale.

„Celgeboornen, vliegt uit, vliegt uit", maant de geestelijke Internationale.

Maar als wij, de vleugels uitslaande, om ons heen zien? — Celmuren en matglas; matglas en celmuren.

Het antwoord.

Ik zat in de schemering, de hand voor de oogen.

Sluiten