Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plots licht!

Een zorgende hand heeft in de gang het knopje omgedraaid, het licht gemaakt in mijn cel.

En ik denk in ontroering: wie weet, hoe spoedig Gods zorgende hand het licht maakt in onze schemerige wereldcel.

Warte nur, balde Sehest du auch'1).

Zondag 30 April. Zesde dag.

Zóo benauwd als in mijn klein kerkhokje van van morgen heb ik het al de dagen hier nog niet gehad.

,,De trap maar op", zei de juffrouw glimlachend. En boven gekomen, waar twee beambten de kerkgangers ontvangen, sta ik na een paar passen voor een klein hokje met een gazen deurtje.

„Moet ik daarin"? vroeg ik den brigadier.

,,Ja, daar moet u in", zei hij vriendelijk. „Het voetenbankje zit aan de deur".

Knars — het deurtje dicht — daar zat ik!

Opgesloten in een houten ruimtetje, waar al wat naar beweging zweemde, bezwaarlijk was.

Men had mij in de voorste, dus laagste rij van de gevangenhokjes gezet, en door het gazen bovenstuk van het deurtje kon ik het heele platform zien.

Aan den eenen kant stond een groen-bekleede tafel — een reuzen-kerkboek er op, een paar stoelen er achter. In 't midden van 't platform de lezenaar met den Bijbel; rechts het orgel.

Voorloopig had ik den tijd nog, en den tijd noodig,» om wat aan de situatie te wennen.

Ik voelde mij als Hans uit het sprookje van Hans en Grietje, waarnaar de kinderen met heerlijke rillingen plegen te luisteren. De arme Hans, die in een klein

') Wacht slechts, een kleine wijl, Dan ziet gij ook.

Sluiten