Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannen en vrouwen, die zoo anders waren dan ik; die door hun eigen gedachten waren omsponnen en naar wie de brigadier, aan de groen-bekleede tafel gezeten, aldoor straf moest opzien, wilden ze niet lastig worden . . . daar overviel mij een duizelig-makend gevoel van het onwezenlijke dezer dingen, van het onwezenlijke aller dingen.

Was dit alles geschikt voor iets anders dan om straks uit elkaar te vallen en te vergaan?

„Alles Vergangliche ist nur ein Gleichnisz".

De grooten onder ons hebben het altijd begrepen.

Een later geslacht, voor wie wij hêt socialisme hebben verworven, zal het als geslacht beter kunnen verstaan.

Want de roeping van het socialisme is : het stoffelijke tot zijn natuurlijke waarde, de macht der materie tot haar eigen proporties terug te brengen.

Het meest onwezenlijke van alle onwezenlijkheden blijft het feit, dat de christenen dit niet willen verstaan.

Niet willen, niet kunnen. De dooreenstrengeling van deze beiden is de tragiek van het menschenleven.

En waarom is ons, weinigen, de heerlijkheid van de christen-socialistische waarheid geopenbaard?

Ik weet het niet.

Ik weet alleen, dat het schoon is, den strijdroep te volgen: „Bereidt den weg des Heeren, maakt in de wildernis, die heden maatschappij heet, een baan voor onzen God". —

De voorganger moge 't mij vergeven, dat ik niet beter naar hem geluisterd heb, terwijl dit alles door mij heen ging. Ik hoorde toch wel, over alles heen, zijn goede woorden van opstanding en leven. En ik hield tijd om te denken.

,,Goed voor mij. Maar lijdt de prediker niet aan de algemeene „christelijke" kwaal, dat men zich de godsdienst-vervreemding der anderen niet goed kan indenken, zoodat de draden van onze en hunne gedachten niet

Sluiten